|
Klik
hier om te zien waar de teams zich nu bevinden
|
De zon is amper op als een wanhopige gil Team Vuur wakker doet schrikken. Terwijl de anderen zich uit hun slaapzak worstelen en naar
wapens grijpen schreeuwt Willow nog een keer: "Fred is
weg!"
"Nee, nee, geen paniek", klinkt het dan uit ieders comm
badge. "Fred zit veilig en wel op Risa."
Willow kijkt met een niet-begrijpende blik de anderen aan.
"Weggestemd? Maar ze zou nooit zonder iets te zeggen
weggaan!"
"Ze wilde het zelf zo", zegt Tom. "Ze heeft wel
een brief achtergelaten voor jullie."
Willow begint paniekerig door haar spullen te zoeken. "Waar dan?
Waar dan?"
"Hee rustig maar joh", zegt Faith. "Ik help wel even
zoeken."
"Gevonden", zegt Mal dan, en houdt het briefje omhoog dat
onder zijn kussen lag.
Willow kijkt verbijsterd op.
"Waarom..."
"Zal ik het voorlezen?" vraagt Mal.
"Ja", zegt Aeryn. John en Faith knikken.
"Goed", zegt Willow.
Mal zucht, en begint: "Lieve allemaal, jullie zullen misschien
wel boos zijn dat ik zonder iets te zeggen ben vertrokken, maar ik
weet hoe moeilijk het afscheid steeds is, en ik wilde geen tranen
zien. Jullie liggen heerlijk te slapen, en dat hebben jullie hard
nodig. En het is fijn om dat als laatste beeld van Team Vuur te
hebben, jullie vijven die na een zware dag surviven liggen te dromen
over prettige dingen."
Mal pauzeert even, en zegt dan: "Ze heeft voor iedereen nog een
persoonlijke boodschap. Zal ik die voorlezen of willen jullie
zelf...?"
"Lees maar voor, alsjeblieft", zegt Willow terwijl ze met
haar mouw over haar ogen wrijft, en Mal vervolgt:
"John, dankjewel voor je humor en je vriendschap. Aeryn,
dankjewel voor je wijsheid en je kracht. Faith, dankjewel voor je moed
en je heerlijke relativeringsvermogen. Mal, bedankt voor je
bescherming en voor het feit dat je vanaf dag 1 een 'maatje' was. En
Willow, dankjewel voor alles. Je snapt wel wat ik bedoel.
Ik zou niet
weten wie van jullie dit idiote spel zou moeten winnen, want jullie
zijn stuk voor stuk kanjers. Ik ben blij en trots dat ik zoveel rondes
met jullie mee mocht doen. Tot gauw, Fred."
Mal kijkt de kring rond. "Dat was het." Hij steekt zijn hand
uit en geeft het briefje aan Willow. "Bewaar jij het maar."
"Dankjewel", zegt Willow, en staart even naar de woorden op
het papiertje voor ze het in een zakje van haar rugzak stopt.
"Wat een klotespel eigenlijk", zegt Faith.
Aeryn knikt. "Het is ontzettend demotiverend als ze alsmaar
teamleden bij je weghalen."
"Wat dat betreft is het net oorlog", merkt John op. Hij
grijnst terwijl hij Willow een aai over haar hoofd geeft. "Met het enige verschil dat je gevallen vrienden gewoon
lekker in een luxe hotel op Risa zitten."
Als
ze na een paar uur even pauzeren, zondert Willow zich wat af.
Faith stoot Mal aan. "Ga jij eens met haar praten!"
Mal kijkt een beetje verschrikt. "Waarom ik? Ik ben helemaal niet
goed in opbeurende gesprekken."
"Lul niet man", zegt Faith. "Jij snapt wat ze voelt.
Jij hebt ook een paar dagen lopen treuren, als je dacht dat we het niet
zagen, toen die mooie FBI-agent was weggestemd."
"Okee, okee", zegt Mal, en loopt in de richting van Willow.
Hij draait zich nog even om naar Faith. "Hij *is* mooi
he?" zegt hij met een trotse grijns.
"Bloedmooi", lacht Faith, en blijft Mal nog even nakijken
tot hij naast Willow gaat zitten.
"Hee", zegt Mal.
Willow kijkt niet op. "Hoi."
"Ik moet met je praten van Faith", zegt Mal. "Dus als
jij nou net doet alsof ik je een enorm goeie peptalk geef, blijven al
mijn botten misschien een dagje heel."
Er trekt een klein lachje over Willows gezicht als ze Mal aankijkt.
Zijn gezicht staat ernstig.
"Het is klote he?" zegt hij.
Willow knikt terwijl ze op haar lip bijt, en dan stromen de tranen
over haar gezicht. Mal trekt haar tegen zich aan en wrijft sussend
over haar schokkende rug. "Het is goed, mei-mei."
Even blijven ze zo zitten, dan zegt Mal: "Stop nu met huilen
alsjeblieft? Faith kijkt."
Willow lacht door haar tranen heen en pakt de zakdoek aan die Mal haar
voorhoudt. Terwijl ze haar tranen afveegt zegt ze: "Zou Mulder
Fred nu troosten?"
Mal schudt zijn hoofd. "Nee, Fox sleept haar meteen naar zijn
bed, die snapt niks van voorspel, de bruut."
Willow schatert het uit en
zegt dan glimlachend: "Jullie zijn ook echt verliefd he?"
Mal krabt met een ongemakkelijke blik op zijn hoofd. "Liefde is
een woord wat ik niet zo vlug zal gebruiken."Hij pauzeert even.
"Mulder is goed volk. En hij is... hoe zeg ik dat..."
"Luidruchtig?" giechelt Willow. "Zoals in het Hemelbed
in Uithoek?" Dan betrekt haar gezicht. "Dat was ook onze
eerste keer."
"En de eerste keer dat Picard door een halve orgie heen sliep,
waarschijnlijk", grijnst Mal.
Willow lacht alweer. "Fred en ik bleven er bijna in toen hij
'Maak het zo!' riep in zijn slaap en jullie uit bed
vielen."
"Gaan jullie mee?" roept John dan. "We hebben
nog een eind te gaan vandaag."
Mal en Willow staan op en lopen terug naar de anderen. Willow pakt Mal
nog even bij zijn arm en drukt een kus op zijn wang.
"Dankjewel", glimlacht ze.
Terwijl de rugzakken weer worden omgegespt pakt John de kaart erbij.
"Ik denk dat we het oostelijk van die woestijn moeten zien te
komen. Het is wel wat om, maar er loopt waarschijnlijk wel een weg
langs die rivier, dat lijkt me safer dan dwars door die
Zandbak."
"Maar dan moeten we toch eerst een stuk door het zand",
wijst Mal. Het is al bijna middag, dus dat kan flink heet
worden."
John knikt en kijkt naar Aeryn. "Ga jij dat redden?"
Ook Aeryn werpt een blik op de kaart. "Ik denk dat het ongeveer
twee, misschien drie arn lopen is naar die rivier? Dat lukt wel, denk
ik."
"Tuurlijk lukt dat!!" roept Q, die met grote stappen op team
Vuur afloopt. "Want ik ben
er om jullie bij te staan in moeilijke tijden!" Hij hijst zijn
Survivor-rugzak wat hoger op zijn rug. "Gaan we verder? Het is
nog een eind hoor, naar Bestek!"
"Eh Q, beste man,..." begint John.
"Je gaat niet mee", zegt Aeryn bot.
"Natuurlijk ga ik mee!" roept Q uit. "Jullie hebben me
nodig, dat is wel gebleken! Als ik even mijn hielen licht, gaat er
meteen van alles mis!"
Mal legt een hand op Q's schouder. "Luister, je hebt ons leven
gered, en we zijn je heel dankbaar, maar er kan ons nu niets gebeuren.
Tom houdt ons constant in de gaten."
"We moeten dit gewoon alleen doen, Q", zegt Willow.
"Maar ik ben de omnipotente assistent van De Organisatie!"
pruilt Q.
"De Organisatie heeft maar één officiële assistent, en dat is
Tom Paris", verbetert Faith hem.
Q snuift geïrriteerd. "Tom Paris dit, Tom Paris dat! Maar als
jullie allemaal liever met Tom Paris surviven dan met mij,
prima!" Met die woorden verdwijnt Q weer.
"Oh drenn", zegt Tom Paris nummer 1.
"Help?" piept Tom Paris nummer 2.
"Hebben we alles gehad, krijgen we dit", zegt Tom Paris
nummer 3.
"Bu ke neng", 1) mompelt Tom Paris nummer 4.
Tom Paris nummer 5 buldert door zijn comm badge:
"ORGANISATIE!!"
"Ja ik zie het", zegt de echte Tom Paris zuchtend via de
comm badges. "Het is, eh, lastig."
"LASTIG?" roept een van de Toms. "EKSTEROGEN ZIJN
LASTIG! HAAL Q TERUG EN MAAK HET IN ORDE!"
"Tsja, dat gaat niet zo makkelijk", legt de echte Tom uit.
"Ik zou niet weten waar ik hem moest zoeken. Vorige keer dook hij
hier na een tijdje weer op, dus jullie zullen gewoon even geduld
moeten hebben."
"GEDULD?" roept een Tom. "WEET JE WEL HOE DIT
AANVOELT?"
"Eh, ja, denk ik", grinnikt de echte.
"Het voelt wel interessant aan", vindt een Tom, trekt het
jack van zijn uniform uit, voelt eens aan zijn armspieren en bekijkt
zijn buik. "Je
bent afgevallen sinds de nominatieronde, Tom."
Een andere Tom staat inmiddels ook in het standaard
Starfleet-T-shirtje en giechelt. "Ik heb borsthaar."
"Oja?" vraagt een derde, en trekt zijn shirt omhoog.
"Nou zeg, en een hoop ook!" Hij legt zijn hand op zijn borst
en glimlacht. "Het kriebelt."
"Aeryn, blijf van dat lijf af!" roept een andere Tom. Een
volgende Tom tikt hem op zijn schouder. "Ik sta hier, John."
* * *
Er gaat wat tijd overheen voor het groepje besluit om voorlopig maar
snel verder te gaan. Als de begroeiing plaats heeft gemaakt voor kale
heuvels met hier en daar een dorre struik, is de temperatuur al flink
opgelopen.
"Aeryn?" vraagt een Tom.
Een andere Tom knikt. "Hier."
"Hoe gaat het?"
"Prima", zegt de andere Tom. "Dit lijf kan aanzienlijk
beter tegen hitte dan het mijne, John."
"Eh, ik ben Willow", lacht de eerste Tom.
"Kunnen we geen papiertjes maken met onze naam?" stelt een
andere Tom voor.
"Ik heb nog wel papier", zegt weer een ander. "Heeft er
iemand een pen?"
Het blijft stil, tot een van de Toms met trieste blik zegt: "Fred
had een pen."
De andere Toms kijken hem meelevend aan en een Tom drukt de
verdrietige Tom even tegen zijn borst aan. "Kop op kerel",
zegt hij, en bij de de andere Tom breekt een lachje door.
Het lachje verdwijnt als er plotseling vier mannen vanachter een
heuvel vandaan springen met grote geweren in de aanslag. De groep
ongure figuren is echter net zo verbijsterd als Team Vuur.
"Hee, dat zijn ze niet!" roept een van de mannen.
"Ze moeten het zijn!" schreeuwt een ander.
In de verwarring die ontstaat grijpen de Toms naar hun wapens, en
weten de overvallers zonder al teveel moeite te overmeesteren.
Met zijn voet op het hoofd van een van de vreemde mannen zegt een Tom:
"Okee, wat was de bedoeling?"
"Niks! Helemaal niks!" roept de man. Een volgende Tom zet
zijn phaser tegen het hoofd van een andere man. "Jij wil het vast
wel vertellen."
"Okee, okee!" zegt de man. "We wachten een andere groep
op. Een groep buitenwerelders."
"En waarom dan wel?" vraagt de Tom.
De man slikt. "Ze hebben iets wat onze baas wil hebben. Ik weet niet
eens wat het is, maar het
is veel geld waard. De halve Tisrondse onderwereld zit
erachteraan."
De Toms kijken elkaar verbaasd aan, behalve één, die zich bukt om
het wapen van een overvaller op te rapen, en zegt: "Pak hun
wapens af en laat ze maar lopen."
Na wat aarzeling gehoorzamen de andere Toms, en de overvallers
verdwijnen snel achter hun heuvel.
Een stukje verder vraagt een Tom aan een ander: "Volgens mij weet
jij precies waarnaar ze op zoek waren. Wat is het?"
De tweede Tom haalt verbaasd zijn schouders op. "Ik heb geen
idee. Ik was net zo verbaasd als jij."
De eerste Tom kijkt met een geërgerde blik naar de andere Toms.
"Wie van jullie weet wat die kerels wilden?" Twee Toms halen
hun schouders op, de derde zegt: "Waarschijnlijk hetzelfde als
die inbrekers in Uithoek." Hij pauzeert even. "Volgens mij
gaat het om dat doosje dat Wesley aan Mulder gaf, en dat Mulder aan
Mal heeft gegeven. Waar is Mal?"
"Hier", zegt een van de Toms. "En ik heb niets te
vertellen over dat doosje." Hij kijkt de anderen stuk voor stuk
even doordringend aan. "Er is geen doosje."
"Okee joh, er is geen doosje", zegt een van de andere Toms.
"En de halve onderwereld van Tisrond zit achter dat doosje aan,
dat niet bestaat. Tisgoed."
"Faith..." waarschuwt de Tom die meer van het doosje afweet.
"Ik ben Aeryn", zegt de Tom.
"Huh?" zegt een volgende Tom, en trekt zijn arm terug die
hij om een andere Tom had geslagen. "Wie ben jij dan?"
"Aeryn", zegt de andere Tom met een onschuldige blik.
"Leugenaar!" roept weer een andere Tom lachend. Ook de
anderen grinniken, en zonder dat het doosje nog ter sprake komt wordt
er weer even flink de pas in gezet.
"Ik zie de rivier!" roept een Tom een uur later uit.
"Godzijdank", zegt een andere Tom en veegt het zweet van
zijn gezicht. Twee van de Toms zetten het op een lopen en springen dan
met kleren en al het water in. De anderen lopen er glimlachend
achteraan, en bij de rivier aangekomen begint een van hen zich uit te
kleden. Als hij poedelnaakt aan de oever staat grijnst hij naar de
anderen: "Oh kom op zeg, we zien er allemaal hetzelfde uit
hoor!", en duikt het water in. Even later zwemt een hele groep
blote Toms in het water, en een van de Toms merkt lachend op dat De
Organisatie een goeie dag heeft vandaag. En andere Tom trekt
giechelend aan zijn haar.
"Hee, wie was dat?" roept de Tom uit, en plonst lachend op
een andere Tom af. Als naast de eerste Tom weer een andere Tom
proestend boven water komt verstijft een van de Toms opeens van
schrik.
"Eh, jongens..." zegt de Tom met angstige stem. De anderen
kijken hem aan.
"We zijn met zes Toms."
Het nachtmerrie-avontuur nog vers in het geheugen kijken de Toms
geschrokken om zich heen, behalve een, die met een verontschuldigende grijns
zegt: "Ik ben het. De echte, zal ik maar zeggen. De shuttle staat
om de hoek geparkeerd en het was zo warm dat ik even een duik heb
genomen. En ik wilde jullie plezier niet vergallen."
"En nou doe je het toch", zegt een van de Toms. "Wie is
er weggestemd?"
"Mal", zegt de echte Tom, en kijkt in het rond in afwachting
van een reactie.
"Wie?" vraagt een Tom.
"Frell", zegt de volgende. "Da's lullig voor Mal, maar
er is hier geen Mal."
"Die kennen we niet", zegt een ander. De Tom ernaast haalt
niet-begrijpend zijn schouders op.
De volgende giechelt: "Kom mannen, we moeten weer eens verder. Op
naar Bestek!"
De echte Tom zucht, en roept dan: "Q!"
Dan pas ziet team Vuur dat Q met een verveeld gezicht tegen een boom
geleund staat. Hij knipt met zijn vingers en verdwijnt.
"Whoa!", zegt Mal, die plotseling tussen Aeryn en Faith in
blijkt te staan. "Je hen shi ge kwai le de chiang yan!" 2)
"Ojee", zegt Willow met een blik langs haar eigen lichaam,
en trekt dan een sprintje naar haar rugzak. Tom kijkt haar grijnzend
na. John kijkt van Faith naar Aeryn, doet zijn mond open om iets te
zeggen en sluit hem dan weer.
"Vunzige zwijnen zijn jullie", grinnikt Faith, en loopt naar
de oever.
Als iedereen weer kleren aan heeft loopt Mal op Faith af.
"Dag kanjer", zegt hij zacht, en buigt zich naar haar over
voor een kus op haar voorhoofd, maar Faith pakt zijn hoofd en plant
haar lippen even stevig op de zijne.
"Bedankt voor alles. Tot gauw."
"Oh gaan we zoenen?" informeert John, trekt Mal dan bij
Faith weg en geeft hem een flinke klapzoen. "Je was geweldig,
kerel. We zullen je missen!"
Dan vliegt Willow om Mals nek en kust hem vluchtig op zijn mond.
"Dag Mal. We zien je snel weer he?"
Mal knikt, en haalt dan iets uit zijn zak.
"Oh", zegt Willow verrast.
"Misschien kan je iets van een spreuk gebruiken waardoor het niet
te vinden is?" vraagt Mal als Willow even in het doosje kijkt.
Willow knikt. "Ik zorg dat er niks mee gebeurt."
"Mal", zegt Aeryn dan, en hij draait zich naar haar om.
"Er wordt niet meer gezoend!" roept Crichton, maar Mal heeft
Aeryns hoofd al in zijn handen. Ze kijken elkaar even doordringend aan
en dan trekt Aeryn Mal naar zich toe. Als hun lippen elkaar raken
roept Crichton: "Ja, dat is
genoeg! Ho nu maar!" Lachend laten Mal en Aeryn elkaar los.
Mal recht zijn rug, zucht even diep en steekt zijn hand nog even ten
afscheid omhoog. Zonder verder iets te zeggen loopt hij naar de
shuttle.
1) Dit kan toch niet waar zijn.
2) Wat is dit een leuke vakantie!
|