|
Klik hier
om te zien waar Team Vuur zich nu bevindt.
|
Het
Enge Bos ligt inmiddels vele stappen achter het team en allen doen
ze hun best de waarheid geworden nachtmerries te vergeten. Ieder op
zijn/haar manier. Mal, Fred en Aeryn hebben zich wat teruggetrokken.
Faith en John vertellen elkaar sterke verhalen en Willow doet grappige
magische truucjes om de anderen aan het lachen te maken. Bij het zien
van de enorme roze marsepein-met-aardbeientaart komen ook Fred, Mal
en Aeryn weer terug in de bewoonde wereld en vrolijk wordt er van
de taart gesnoept.
"Ik denk dat hij gelukkig is nu, en dat we we Kaylee daarmee
kunnen geruststellen", zegt Fred als het gespreksonderwerp overgaat
naar Serenity, die een prachtig vrouwtjesmeesmuildier heeft gevonden
op de farm en besloten heeft bij haar te blijven.
"En
hopelijk blijven vervelende onverwachte bezoeken van nu af aan uit",
zegt Willow. "We zullen al onze aandacht nodig hebben voor de
komende dagen."
"Zeg dat wel", beaamt Fred. "Volgens de kaart zouden
we nu eigenlijk al in Gebied51 moeten zijn en straks krijgen we de
woestijn. We zullen er voor een groot deel langs kunnen, maar we ontkomen
er niet aan om er ook gedeeltelijk doorheen te moeten."
"Zei Q gisteren niet dat we van de kaart waren gelopen?"
vraagt Faith. "Dan kan het inderdaad kloppen dat we al in Gebied51
zitten! Nouja, veel erger dan ons laatste avontuur kan het eigenlijk
niet meer worden..." zegt ze dan gelaten.
Maar
stiekem is iedereen wel een beetje ongerust. Allemaal hebben ze die
bizarre ene foto gezien en niemand durft hardop te speculeren wat
het zou kunnen zijn.
"Eerst zullen we dit oerwoud moeten zien door te komen",
verklaart John die is gestopt voor een ondoordringbaar ogende muur
van lianen, wurgpalmen en regengordijnen. "Gelukkig voor jou
dat het regenseizoen is Aeryn! Mensen, mouwen naar beneden, broekspijpen
in je sokken, kapmessen in de aanslag! Daar gaan we!"

Langzaam maar zeker baant Team Vuur zich een weg door de bijna verstikkende
hoeveelheid planten en bomen. Het is er donker en broeierig ondanks
de bakken vol met regen die naar beneden storten. Hoog boven hen,
voorbij de hoogste bomen die ze ooit gezien hebben, zijn stukjes lucht
te zien en vanuit de boomtoppen klinken de luide gillen van hondaapjes
en trompetvogels. Op de grond moet iedereen goed uitkijken waar ze
hun voeten zetten want voor je het weet trap je op een spuitslang
of een heupgordeldier.
Fred,
die achter Aeryn loopt, trekt aan Aeryn's mouw. "Wacht even Aeryn,
niet bewegen, er zit iets achter je oor." Fred vist voorzichtig
het meskevertje van Aeryn's oor. "Die had je flink kunnen bezeren"
.En verder gaan ze weer, hakkend, zwetend en gillend om de reuzespinnen
en andere angstaanjagende beesten. Maar dan klinkt toch eindelijk
het verlossende woord uit John's mond, die voorop loopt. "Ik
zie licht!"
Met
hernieuwde krachten ramt het team nog een flink kwartier door en dan
is daar ineens... een open plek.
"Oh... leuk, een open plek!", zegt Fred teleurgesteld. "aan
alle kanten omsloten door oerwoud". Behoedzaam steekt Team Vuur
het veld over, in zuidelijke richting.
Faith
en Mal lopen druk kletsend achteraan, oorlogsverhalen uitwisselend.
"... en met dat zwaard kon Buffy Caleb eindelijk doden",
eindigt Faith het verhaal. "Wow, die Buffy klinkt als iemand
die ik wel op Serenity zou k-". Voordat Mal zijn zin kan afmaken
is hij plotseling verdwenen, in het niets. "MAL", schreeuwt
Faith. In paniek kijkt ze om zich heen, maar Mal is weg. "Oh
god, wat nú dan toch weer", mompelt ze met een zucht.
De anderen komen geschrokken op Faith afgelopen.
"Waar is Mal? Wat is er gebeurd?" schreeuwt Willow. Op het
moment dat ze bij Faith aankomt verdwijnt ook zij, in een groene flits
en een fractie van een seconde.
"Willow!!!" gilt Fred nu. "Wat is hier in godsnaam
aan de hand!!" Geschrokken staat Faith naar de plek te staren
waar zowel Mal als Willow verdwenen. "Misschien iemand met een
transporter of zo? Misschien is het de organisatie?" Fred roept
in haar comm badge, maar hij werkt nog steeds niet. Voorzichtig doet
Faith een stap naar voren en *zwoesj*, weg is ze.
"Wat de frell..." zegt John en blijft bij de 'verdwijnplek
staan.
"Aeryn... durf je?" vraagt hij. Aeryn loopt op hem af en
ja hoor, ook zij verdwijnt, op exact dezelfde plek. "Ok, het
lijkt dus meer een lokaal iets, dan een willekeurige verdwijning..."
Intussen....:
"... en daar is Aeryn!" zegt Mal. "Leuk dat je er ook
bent, Aeryn."
Verbaasd kijkt Aeryn om zich heen. Het blijkt een piepklein eilandje
te zijn. "Waar zijn we??"
"Ik zit net te kijken", zegt Willow. "Aha, hmmmm, goh....
huh?"
"Willow!" roept Aeryn. "WAT?!"
"We zijn op de Onderhandse Eilanden!! Op het eiland Tokootje
om precies te zijn."
"Fantastisch", Mal gooit zijn handen in de lucht. "En
nu? Het ziet er naar uit dat John en Faith besloten hebben ons niet
te volgen dus laten we hopen dat we een even snelle weg terugvinden,
anders hebben we het spelletje verloren jongens". Verslagen staart
Willow hem aan. "Maar... maar... de Organisatie zal ons toch
wel vinden en terugbrengen?" Ze begint weer in haar comm badge
te roepen, maar gekraak is haar enige antwoord.
Faith
is inmiddels begonnen het eilandje aan een uitgebreide inspectie te
onderwerp. Zorgvuldig en systematisch kamt ze het eiland af op zoek
naar... iets. "Als er een weg op is, moet er ook een weg af zijn",
denkt ze hardop. "Anders zou het hier zo langzamerhand wel vol
staan met mensen of dieren".
"Goed idee", zegt Willow, en ze doet hetzelfde, vanaf de
andere kant van het eilandje.
Dan stopt Faith en roept de anderen. "Heeee, kijk eens hier,
een groenige gl-" *zwoesj*! En Faith is verdwenen.
"Hee cool, ik geloof dat Faith het gevonden heeft!", roept
Willow als ze op de plek waar Faith verdween afloopt. Ze kijkt Mal
en Aeryn aan, haalt diep adem en zet een stap verder. *Zwoesj*. Aeryn
volgt haar zonder een woord.
"Nouja, het is beter dan hier een hongerdood te sterven",
Mal haalt zijn schouders op en ook hij verlaat met een zwoesj het
eiland Tokootje.
"Mal!",
verwelkomt Willow hem. "We zijn weer ergens anders beland!"
Faith knikt. "Yep, maar nu herken ik de omgeving in ieder geval!
Daar is Jicht, we zijn op Onwijs. Ik ben hier niet lang geleden nog
voorbijgekomen met Team Aarde".
"Hmmm, Onwijs he", zegt Mal. "Da's nog steeds een verdomd
eind weg van waar John en Fred zijn."
"Ja, en dus hoop ik maar dat er nog een zwoesj-plek is hier",
Faith is al in steeds groter wordende kringetjes aan het lopen en
inderdaad, niet al te ver van de plek waar ze op Onwijs belandden,
vindt Faith de plek om er weer te verdwijnen. De anderen aarzelen
nu niet meer en volgen haar. Willow volgde iets te snel op Mal, zodat
ze aan de andere kant tegen hem aan valt, en samen rollen ze een klein
hellinkje af om te worden tegengehouden door een paar voeten.
"Zo, zijn jullie daar eindelijk!" Lachend trekt John Willow
overeind. "Goed jullie weer te zien zeg!" roept hij terwijl
hij Mal hard op zijn rug slaat.
"Een
groene gloed zei je?" vraagt Mal peinzend. "Dat komt me
bekend voor... waar heb ik dat nou eerder gezien! Willow? Weet jij
het nog?" Willow knikt langzaam. "Jahaaa... maar het schiet
mij ook nu even niet te binnen. Geef me heel even, het komt wel weer."
Het Team, weer samen, loopt nu nog voorzichtiger verder. Maar dan
roept Willow uit "FRED! Fred waar ben je!" Geschrokken draait
Willow zich om naar de anderen. "Wat doen we nou?" Maar
als Mal wil antwoorden klinkt het ineens achter hen: "Niks!"
Fred staat grijnzend achter ze. "Fred? Wat? Hoe?" stamelt
Willow.
"Hmmmm", klinkt het uit John's richting en hij loopt naar
Willow, verdwijnt om een tel later naast Fred te verschijnen.
"Frell, het lijken wel.... hmmmm".
"John", Aeryn kijkt hem vragend aan. Maar hij schudt zijn
hoofd en gebaart haar door te lopen. Hij gaat peinzend naast haar
lopen.
"Het kan eigenlijk helemaal niet, het zou iets wonderbaarlijks
zijn, maa-" en weg is hij.
"Nee he", zucht Aeryn, zich niet verroerend om de plek niet
uit het oog te verliezen waar hij verdween. In de hoop dat hij in
de buurt is gebleven speurt ze de open plek af maar ziet niks. Bezorgd
kijkt ze naar de anderen, maar dan klinkt er geluid vanuit het oerwoud
links van haar. Grommend en mopperend springt John de open plek op.
Op dat moment begint Fred opgewonden op en neer te springen.
"Mal!! Willow!! Kom gauw!!" roept ze, druk wijzend naar
de grond naast haar. Willow en Mal komen op haar afgesneld en hun
monden vallen open.
Mal heeft als eerste zijn stem terug. "Mulder!!" roept hij
uit, wat een verbaasde "huh" bij Aeryn, John en Faith teweegbrengt.
"De schilletjes! De schilletjes", Fred staat nog steeds
te springen. "Dit zijn Mulder's zonnebloempitschilletjes!!!"
"Verrek!" Willow staart verbaasd naar het hoopje schilletjes,
dan vertelt ze kort het verhaal van de schilletjes aan de andere drie.
"Hmmmm", is John's enige reactie en hij loopt weer peinzend
door.
Het
team is aan de andere kant van de open plek beland en haalt opgelucht
adem.
"De meest bizarre open plek die ik ooit gezien heb", zegt
Mal. "En ik heb veel open plekken gezien in mijn leven".
Lachend en opgelucht stort Team Vuur zich weer op het oerwoud. Dapper
wordt er met lianen gevochten, zes mannen en vrouwen zwoegen zwijgend
door. Totdat er een harde gil klinkt.
"WILLOOOOW!" Fred staat vertwijfeld te staren naar de plek
waar Willow net nog stond.
"Oh god, het gedoe is dus niet beperkt tot die open plek",
zucht Aeryn.
"Ik ga achter haar aan, wie weet waar ze is beland in haar eentje",
zegt John gedecideerd en voordat iemand iets kan zeggen is hij verdwenen.
"John!
Oh wat ben ik blij dat je er bent!" roept Willow opgelucht uit.
"Ik was hier in mijn eentje nog nooit van afgekomen". Tot
zijn verbazing ziet John dat ze boven in een hefboom zijn beland.
"Ik ben niet zwaar genoeg", legt Willow uit. "Maar
met z'n tweeën kunnen we naar het eind van deze tak kruipen en
als het goed is, belanden we dan vanzelf weer op de grond". Het
tweetal kruipt heel voorzichtig op de knieën naar het uiteinde
van de tak en ja, daar gaat hij langzaam naar beneden, en ze komen
met een klein sprongetje weer op de grond terecht.
"En dan nu de anderen zien te vinden, of de uitgang", zegt
John. Ze lopen rond de boom maar er gebeurt niets. En ze horen niets.
Om de beurt roepen ze zo hard ze kunnen de namen van de anderen, maar
horen niets anders dan de gebruikelijke oerwoudgeluiden. Dan kijkt
Willow omhoog en naar de tak waar ze van af zijn gesproken. Aan de
andere kant van de boom is bij het weer omhoog gaan van 'hun' tak
een andere naar beneden gekomen. "John? Ik denk dat ik het gevonden
hebt", zegt Willow en ze klimt op de tak. En verdwijnt. En op
dat moment hoort hij ineens de stem die hij uit duizenden zou herkennen.
Aeryn roept zijn naam. Ze zijn dus niet ver. Even denkt hij na en
besluit dan Willow te volgen. Gelukkig belanden ze niet op een ander
eiland, maar gewoon weer bij hun team.
Tot
grote ergernis van de zes herhaalt dit ritueel zich nog een aantal
keren. Eén keer vinden Mal en Faith zichzelf op Duimschroef,
en moeten duiken voor een bungeejumper die met een noodgang op ze
afstormt aan zijn elastiek, maar het loopt goed af en ze vinden de
weg terug weer snel.
Op een ander moment belanden Fred en Aeryn op het eiland Lang, waar
Aeryn de nodige herinneringen heeft liggen. Het is nog even spannend
want terwijl Aeryn en Fred op zoek zijn naar de 'uitgang', komt er
een groot, langharig, en luid gillend monster op ze afgestormd. Fred
gilt en trekt Aeryn, die het monster nog niet in de gaten had, opzij.
Het monster, die zich op Aeryn had willen storten en al in de lucht
hing, valt met een luide klap op de grond, en rent er vandoor, terwijl
hij allerlei wartaal gilt.
Aeryn en Fred kruipen overeind en Fred hijgt "dat was hetzelfde
monsters als vorige week!" Aeryn knikt. "Hij kwam mij ook
bekend voor, met Team Water ben ik ditzelfde monster twee weken geleden
tegengekomen!"
Aan
het eind van de dag is iedereen doodop, van het geworstel met de planten,
van de alsmaar neerstortende regen en van het heen en weer gezwoesj,
en van het feit dat ze nauwelijks iets zijn opgeschoten. Desondanks
wordt er even gepauzeerd om op adem te komen, en een snel hapje te
eten. Het team is het met elkaar eens dat ze niet zullen stoppen voordat
ze het oerwoud uit zijn, niemand heeft zin om er te slapen.
"Dan loop ik nog liever de hele nacht door", zegt Faith
beslist, en de anderen knikken.
En
verder gaan ze weer, alle zes functioneren alleen nog maar op pure
wilskracht. Er wordt niet meer gepraat, als er iemand verdwijnt, is
er meteen een tweede die de eerste achterna gaat, zodat er nooit iemand
alleen is. Om beurten lopen ze voorop.
Dan ineens komt John naar voren gestormd. "STOP", roept
hij en Mal, die voorop loopt, stopt onmiddellijk, geschrokken. John,
die al die tijd heel stil is geweest, is voor Mal gaan staan. "Wormholes,
het kan niet anders", zegt hij tegen niemand in het bijzonder.
"Ze lijken zo willekeurig als wat, maar toch is er wel een patroon
in te vinden, en als ik mij niet vergis...." hij draait zich
weer om, richting het Zuiden. De anderen, nieuwsgierig, volgen hem
en kijken verbaasd toe als hij een stok opraapt en die voor zich uit
gooit, waar het kapmes van Mal nog in een liaan is blijven hangen.
De stok verdwijnt. "JOHN!" roept Faith uit. "Hoe wist
je dat??!" Grijnzend draait John zich om en wijst naar zijn hoofd.
"Je bent getikt?" vraag Mal. John stompt Mal vriendschappelijk
in zijn zij. "Nee, gek, dankzij iemand in mijn universum heb
ik wat handige informatie over wormholes meegekregen en ook al kan
ik er niet helemaal bij, het helpt wel. En dit "- hij wijst naar
de plek waar de stok verdween - "is een wormhole die naar een
andere dimensie gaat. Geen idee welke, wat ik wel weet is dat er geen
weg terug van is, ook al begrijp ik niet helemaal waarom dat zo is."
"Wow..." zegt Fred zachtjes, waarmee ze de reactie van de
andere vijf verwoordt.
"Dat klopt", klikt het vanuit de boom boven hem. Q komt
langzaam langs een liaan naar beneden. "Wat een knappe knul ben
jij zeg", en hij omarmt John stevig, die zich heel snel weer
los worstelt.
"Dit wormhole", wijst Q, komt uit in een dimensie die onze
kleine Fred hier maar al te goed kent".
"Pylea!?", hijgt Fred. Q knikt. En een weg terug is er niet,
niet in de laatste plaats omdat de andere kant van dit wormhole uitkomt
in een diep moeras, waar nog geen mens uit is ontsnapt."
"En waarom geef je dit soort informatie niet door aan de Organisatie??"
Mal grijpt Q bij zijn kraag en schudt hem woedend heen en weer. Q
lacht.
"Stil nu maar, Kapitein-met-de-mooie-billen, ik ben hier toch?
Ik zit hier al een tijdje op jullie te wachten hoor". Grommend
laat Mal weer los.
"En het tweede goede nieuws is dat jullie er bijna zijn. Kijk!"
Q wijst naar het zuiden, en voor het eerst sinds de open plek zien
de teamleden het weer. Licht.
***
"Truste!"
"Slaap lekker!"
"Goede wacht, maak je me over 3 uur wakker?"
Het is diep in de nacht en Team Vuur maakt zich klaar om eindelijk
te gaan slapen. Fred, die zich als vrijwillige had aangemeld om als
eerste op wacht te zitten, maakt het zich gemakkelijk bij het vuur.
Eén voor één vallen haar teamgenoten in slaap.
Terwijl ze mijmerend met een stok wat in het vuur roert, ongetwijfeld
denkend aan haar tijd in Pylea, hoort ze geschuifel in het struikgewas
achter haar. Ze vliegt overeind, heeft meteen een wapen in de aanslag,
maar ontspant zich als ze ziet het dat Tom is. De opluchting is echter
van korte duur. Angstig kijkt ze hem aan.
"Ga je mee", vraagt hij. Fred's
schouders zakken en ze knikt gelaten. Stilletjes pakt ze haar rugzak
in, kijkt naar haar uitgeputte slapende teamgenoten, draait zich weer
terug naar Tom en vraagt "heb je een minuutje?" Hij knikt
en snel schrijft Fred een brief, voor iedereen heeft ze persoonlijke,
lieve en bemoedigende woorden. Met tranen in haar ogen legt ze de
brief onder Mal's kussen, dan loopt ze naar Willow, drukt een kus
op diens voorhoofd en dan kan ze haar tranen helemaal niet meer bedwingen.
Geluidloos zit ze naast haar vriendin op haar hurken te huilen. Zachtjes
tilt Tom haar overeind, slaat troostend zijn arm om haar heen en stilletjes
verdwijnen ze in de nacht.
|