home
Wat is Survivor?
De regels
De kandidaten
Vooruitblikken
De fans
de locatie
De Organisatie
Van dag tot dag
Survivor 2002
e-mail De Organisatie

    

11 juli 2004 - 14 augustus 2004


RONDE 14
VERSLAG 21

      

Different Destinations



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Klik hier om te zien waar Team Vuur zich nu bevindt.

Het Enge Bos ligt inmiddels vele stappen achter het team en allen doen ze hun best de waarheid geworden nachtmerries te vergeten. Ieder op zijn/haar manier. Mal, Fred en Aeryn hebben zich wat teruggetrokken. Faith en John vertellen elkaar sterke verhalen en Willow doet grappige magische truucjes om de anderen aan het lachen te maken. Bij het zien van de enorme roze marsepein-met-aardbeientaart komen ook Fred, Mal en Aeryn weer terug in de bewoonde wereld en vrolijk wordt er van de taart gesnoept.
"Ik denk dat hij gelukkig is nu, en dat we we Kaylee daarmee kunnen geruststellen", zegt Fred als het gespreksonderwerp overgaat naar Serenity, die een prachtig vrouwtjesmeesmuildier heeft gevonden op de farm en besloten heeft bij haar te blijven.

"En hopelijk blijven vervelende onverwachte bezoeken van nu af aan uit", zegt Willow. "We zullen al onze aandacht nodig hebben voor de komende dagen."
"Zeg dat wel", beaamt Fred. "Volgens de kaart zouden we nu eigenlijk al in Gebied51 moeten zijn en straks krijgen we de woestijn. We zullen er voor een groot deel langs kunnen, maar we ontkomen er niet aan om er ook gedeeltelijk doorheen te moeten."
"Zei Q gisteren niet dat we van de kaart waren gelopen?" vraagt Faith. "Dan kan het inderdaad kloppen dat we al in Gebied51 zitten! Nouja, veel erger dan ons laatste avontuur kan het eigenlijk niet meer worden..." zegt ze dan gelaten.

Maar stiekem is iedereen wel een beetje ongerust. Allemaal hebben ze die bizarre ene foto gezien en niemand durft hardop te speculeren wat het zou kunnen zijn.
"Eerst zullen we dit oerwoud moeten zien door te komen", verklaart John die is gestopt voor een ondoordringbaar ogende muur van lianen, wurgpalmen en regengordijnen. "Gelukkig voor jou dat het regenseizoen is Aeryn! Mensen, mouwen naar beneden, broekspijpen in je sokken, kapmessen in de aanslag! Daar gaan we!"

Langzaam maar zeker baant Team Vuur zich een weg door de bijna verstikkende hoeveelheid planten en bomen. Het is er donker en broeierig ondanks de bakken vol met regen die naar beneden storten. Hoog boven hen, voorbij de hoogste bomen die ze ooit gezien hebben, zijn stukjes lucht te zien en vanuit de boomtoppen klinken de luide gillen van hondaapjes en trompetvogels. Op de grond moet iedereen goed uitkijken waar ze hun voeten zetten want voor je het weet trap je op een spuitslang of een heupgordeldier.

Fred, die achter Aeryn loopt, trekt aan Aeryn's mouw. "Wacht even Aeryn, niet bewegen, er zit iets achter je oor." Fred vist voorzichtig het meskevertje van Aeryn's oor. "Die had je flink kunnen bezeren" .En verder gaan ze weer, hakkend, zwetend en gillend om de reuzespinnen en andere angstaanjagende beesten. Maar dan klinkt toch eindelijk het verlossende woord uit John's mond, die voorop loopt. "Ik zie licht!"

Met hernieuwde krachten ramt het team nog een flink kwartier door en dan is daar ineens... een open plek.
"Oh... leuk, een open plek!", zegt Fred teleurgesteld. "aan alle kanten omsloten door oerwoud". Behoedzaam steekt Team Vuur het veld over, in zuidelijke richting.

Faith en Mal lopen druk kletsend achteraan, oorlogsverhalen uitwisselend.
"... en met dat zwaard kon Buffy Caleb eindelijk doden", eindigt Faith het verhaal. "Wow, die Buffy klinkt als iemand die ik wel op Serenity zou k-". Voordat Mal zijn zin kan afmaken is hij plotseling verdwenen, in het niets. "MAL", schreeuwt Faith. In paniek kijkt ze om zich heen, maar Mal is weg. "Oh god, wat nú dan toch weer", mompelt ze met een zucht. De anderen komen geschrokken op Faith afgelopen.
"Waar is Mal? Wat is er gebeurd?" schreeuwt Willow. Op het moment dat ze bij Faith aankomt verdwijnt ook zij, in een groene flits en een fractie van een seconde.
"Willow!!!" gilt Fred nu. "Wat is hier in godsnaam aan de hand!!" Geschrokken staat Faith naar de plek te staren waar zowel Mal als Willow verdwenen. "Misschien iemand met een transporter of zo? Misschien is het de organisatie?" Fred roept in haar comm badge, maar hij werkt nog steeds niet. Voorzichtig doet Faith een stap naar voren en *zwoesj*, weg is ze.
"Wat de frell..." zegt John en blijft bij de 'verdwijnplek staan.
"Aeryn... durf je?" vraagt hij. Aeryn loopt op hem af en ja hoor, ook zij verdwijnt, op exact dezelfde plek. "Ok, het lijkt dus meer een lokaal iets, dan een willekeurige verdwijning..."

Intussen....:
"... en daar is Aeryn!" zegt Mal. "Leuk dat je er ook bent, Aeryn."
Verbaasd kijkt Aeryn om zich heen. Het blijkt een piepklein eilandje te zijn. "Waar zijn we??"
"Ik zit net te kijken", zegt Willow. "Aha, hmmmm, goh.... huh?"
"Willow!" roept Aeryn. "WAT?!"
"We zijn op de Onderhandse Eilanden!! Op het eiland Tokootje om precies te zijn."
"Fantastisch", Mal gooit zijn handen in de lucht. "En nu? Het ziet er naar uit dat John en Faith besloten hebben ons niet te volgen dus laten we hopen dat we een even snelle weg terugvinden, anders hebben we het spelletje verloren jongens". Verslagen staart Willow hem aan. "Maar... maar... de Organisatie zal ons toch wel vinden en terugbrengen?" Ze begint weer in haar comm badge te roepen, maar gekraak is haar enige antwoord.

Faith is inmiddels begonnen het eilandje aan een uitgebreide inspectie te onderwerp. Zorgvuldig en systematisch kamt ze het eiland af op zoek naar... iets. "Als er een weg op is, moet er ook een weg af zijn", denkt ze hardop. "Anders zou het hier zo langzamerhand wel vol staan met mensen of dieren".
"Goed idee", zegt Willow, en ze doet hetzelfde, vanaf de andere kant van het eilandje.
Dan stopt Faith en roept de anderen. "Heeee, kijk eens hier, een groenige gl-" *zwoesj*! En Faith is verdwenen.
"Hee cool, ik geloof dat Faith het gevonden heeft!", roept Willow als ze op de plek waar Faith verdween afloopt. Ze kijkt Mal en Aeryn aan, haalt diep adem en zet een stap verder. *Zwoesj*. Aeryn volgt haar zonder een woord.
"Nouja, het is beter dan hier een hongerdood te sterven", Mal haalt zijn schouders op en ook hij verlaat met een zwoesj het eiland Tokootje.

"Mal!", verwelkomt Willow hem. "We zijn weer ergens anders beland!"
Faith knikt. "Yep, maar nu herken ik de omgeving in ieder geval! Daar is Jicht, we zijn op Onwijs. Ik ben hier niet lang geleden nog voorbijgekomen met Team Aarde".
"Hmmm, Onwijs he", zegt Mal. "Da's nog steeds een verdomd eind weg van waar John en Fred zijn."
"Ja, en dus hoop ik maar dat er nog een zwoesj-plek is hier", Faith is al in steeds groter wordende kringetjes aan het lopen en inderdaad, niet al te ver van de plek waar ze op Onwijs belandden, vindt Faith de plek om er weer te verdwijnen. De anderen aarzelen nu niet meer en volgen haar. Willow volgde iets te snel op Mal, zodat ze aan de andere kant tegen hem aan valt, en samen rollen ze een klein hellinkje af om te worden tegengehouden door een paar voeten.
"Zo, zijn jullie daar eindelijk!" Lachend trekt John Willow overeind. "Goed jullie weer te zien zeg!" roept hij terwijl hij Mal hard op zijn rug slaat.

"Een groene gloed zei je?" vraagt Mal peinzend. "Dat komt me bekend voor... waar heb ik dat nou eerder gezien! Willow? Weet jij het nog?" Willow knikt langzaam. "Jahaaa... maar het schiet mij ook nu even niet te binnen. Geef me heel even, het komt wel weer."
Het Team, weer samen, loopt nu nog voorzichtiger verder. Maar dan roept Willow uit "FRED! Fred waar ben je!" Geschrokken draait Willow zich om naar de anderen. "Wat doen we nou?" Maar als Mal wil antwoorden klinkt het ineens achter hen: "Niks!" Fred staat grijnzend achter ze. "Fred? Wat? Hoe?" stamelt Willow.
"Hmmmm", klinkt het uit John's richting en hij loopt naar Willow, verdwijnt om een tel later naast Fred te verschijnen.
"Frell, het lijken wel.... hmmmm".
"John", Aeryn kijkt hem vragend aan. Maar hij schudt zijn hoofd en gebaart haar door te lopen. Hij gaat peinzend naast haar lopen.
"Het kan eigenlijk helemaal niet, het zou iets wonderbaarlijks zijn, maa-" en weg is hij.
"Nee he", zucht Aeryn, zich niet verroerend om de plek niet uit het oog te verliezen waar hij verdween. In de hoop dat hij in de buurt is gebleven speurt ze de open plek af maar ziet niks. Bezorgd kijkt ze naar de anderen, maar dan klinkt er geluid vanuit het oerwoud links van haar. Grommend en mopperend springt John de open plek op. Op dat moment begint Fred opgewonden op en neer te springen.
"Mal!! Willow!! Kom gauw!!" roept ze, druk wijzend naar de grond naast haar. Willow en Mal komen op haar afgesneld en hun monden vallen open. Mal heeft als eerste zijn stem terug. "Mulder!!" roept hij uit, wat een verbaasde "huh" bij Aeryn, John en Faith teweegbrengt.
"De schilletjes! De schilletjes", Fred staat nog steeds te springen. "Dit zijn Mulder's zonnebloempitschilletjes!!!"
"Verrek!" Willow staart verbaasd naar het hoopje schilletjes, dan vertelt ze kort het verhaal van de schilletjes aan de andere drie.
"Hmmmm", is John's enige reactie en hij loopt weer peinzend door.

Het team is aan de andere kant van de open plek beland en haalt opgelucht adem.
"De meest bizarre open plek die ik ooit gezien heb", zegt Mal. "En ik heb veel open plekken gezien in mijn leven". Lachend en opgelucht stort Team Vuur zich weer op het oerwoud. Dapper wordt er met lianen gevochten, zes mannen en vrouwen zwoegen zwijgend door. Totdat er een harde gil klinkt.
"WILLOOOOW!" Fred staat vertwijfeld te staren naar de plek waar Willow net nog stond.
"Oh god, het gedoe is dus niet beperkt tot die open plek", zucht Aeryn.
"Ik ga achter haar aan, wie weet waar ze is beland in haar eentje", zegt John gedecideerd en voordat iemand iets kan zeggen is hij verdwenen.

"John! Oh wat ben ik blij dat je er bent!" roept Willow opgelucht uit. "Ik was hier in mijn eentje nog nooit van afgekomen". Tot zijn verbazing ziet John dat ze boven in een hefboom zijn beland.
"Ik ben niet zwaar genoeg", legt Willow uit. "Maar met z'n tweeën kunnen we naar het eind van deze tak kruipen en als het goed is, belanden we dan vanzelf weer op de grond". Het tweetal kruipt heel voorzichtig op de knieën naar het uiteinde van de tak en ja, daar gaat hij langzaam naar beneden, en ze komen met een klein sprongetje weer op de grond terecht.
"En dan nu de anderen zien te vinden, of de uitgang", zegt John. Ze lopen rond de boom maar er gebeurt niets. En ze horen niets. Om de beurt roepen ze zo hard ze kunnen de namen van de anderen, maar horen niets anders dan de gebruikelijke oerwoudgeluiden. Dan kijkt Willow omhoog en naar de tak waar ze van af zijn gesproken. Aan de andere kant van de boom is bij het weer omhoog gaan van 'hun' tak een andere naar beneden gekomen. "John? Ik denk dat ik het gevonden hebt", zegt Willow en ze klimt op de tak. En verdwijnt. En op dat moment hoort hij ineens de stem die hij uit duizenden zou herkennen. Aeryn roept zijn naam. Ze zijn dus niet ver. Even denkt hij na en besluit dan Willow te volgen. Gelukkig belanden ze niet op een ander eiland, maar gewoon weer bij hun team.

Tot grote ergernis van de zes herhaalt dit ritueel zich nog een aantal keren. Eén keer vinden Mal en Faith zichzelf op Duimschroef, en moeten duiken voor een bungeejumper die met een noodgang op ze afstormt aan zijn elastiek, maar het loopt goed af en ze vinden de weg terug weer snel.
Op een ander moment belanden Fred en Aeryn op het eiland Lang, waar Aeryn de nodige herinneringen heeft liggen. Het is nog even spannend want terwijl Aeryn en Fred op zoek zijn naar de 'uitgang', komt er een groot, langharig, en luid gillend monster op ze afgestormd. Fred gilt en trekt Aeryn, die het monster nog niet in de gaten had, opzij. Het monster, die zich op Aeryn had willen storten en al in de lucht hing, valt met een luide klap op de grond, en rent er vandoor, terwijl hij allerlei wartaal gilt.
Aeryn en Fred kruipen overeind en Fred hijgt "dat was hetzelfde monsters als vorige week!" Aeryn knikt. "Hij kwam mij ook bekend voor, met Team Water ben ik ditzelfde monster twee weken geleden tegengekomen!"

Aan het eind van de dag is iedereen doodop, van het geworstel met de planten, van de alsmaar neerstortende regen en van het heen en weer gezwoesj, en van het feit dat ze nauwelijks iets zijn opgeschoten. Desondanks wordt er even gepauzeerd om op adem te komen, en een snel hapje te eten. Het team is het met elkaar eens dat ze niet zullen stoppen voordat ze het oerwoud uit zijn, niemand heeft zin om er te slapen.
"Dan loop ik nog liever de hele nacht door", zegt Faith beslist, en de anderen knikken.

En verder gaan ze weer, alle zes functioneren alleen nog maar op pure wilskracht. Er wordt niet meer gepraat, als er iemand verdwijnt, is er meteen een tweede die de eerste achterna gaat, zodat er nooit iemand alleen is. Om beurten lopen ze voorop.
Dan ineens komt John naar voren gestormd. "STOP", roept hij en Mal, die voorop loopt, stopt onmiddellijk, geschrokken. John, die al die tijd heel stil is geweest, is voor Mal gaan staan. "Wormholes, het kan niet anders", zegt hij tegen niemand in het bijzonder. "Ze lijken zo willekeurig als wat, maar toch is er wel een patroon in te vinden, en als ik mij niet vergis...." hij draait zich weer om, richting het Zuiden. De anderen, nieuwsgierig, volgen hem en kijken verbaasd toe als hij een stok opraapt en die voor zich uit gooit, waar het kapmes van Mal nog in een liaan is blijven hangen. De stok verdwijnt. "JOHN!" roept Faith uit. "Hoe wist je dat??!" Grijnzend draait John zich om en wijst naar zijn hoofd.
"Je bent getikt?" vraag Mal. John stompt Mal vriendschappelijk in zijn zij. "Nee, gek, dankzij iemand in mijn universum heb ik wat handige informatie over wormholes meegekregen en ook al kan ik er niet helemaal bij, het helpt wel. En dit "- hij wijst naar de plek waar de stok verdween - "is een wormhole die naar een andere dimensie gaat. Geen idee welke, wat ik wel weet is dat er geen weg terug van is, ook al begrijp ik niet helemaal waarom dat zo is."
"Wow..." zegt Fred zachtjes, waarmee ze de reactie van de andere vijf verwoordt.
"Dat klopt", klikt het vanuit de boom boven hem. Q komt langzaam langs een liaan naar beneden. "Wat een knappe knul ben jij zeg", en hij omarmt John stevig, die zich heel snel weer los worstelt.
"Dit wormhole", wijst Q, komt uit in een dimensie die onze kleine Fred hier maar al te goed kent".
"Pylea!?", hijgt Fred. Q knikt. En een weg terug is er niet, niet in de laatste plaats omdat de andere kant van dit wormhole uitkomt in een diep moeras, waar nog geen mens uit is ontsnapt."
"En waarom geef je dit soort informatie niet door aan de Organisatie??" Mal grijpt Q bij zijn kraag en schudt hem woedend heen en weer. Q lacht.
"Stil nu maar, Kapitein-met-de-mooie-billen, ik ben hier toch? Ik zit hier al een tijdje op jullie te wachten hoor". Grommend laat Mal weer los.
"En het tweede goede nieuws is dat jullie er bijna zijn. Kijk!" Q wijst naar het zuiden, en voor het eerst sinds de open plek zien de teamleden het weer. Licht.

 

***
 

"Truste!"
"Slaap lekker!"
"Goede wacht, maak je me over 3 uur wakker?"
Het is diep in de nacht en Team Vuur maakt zich klaar om eindelijk te gaan slapen. Fred, die zich als vrijwillige had aangemeld om als eerste op wacht te zitten, maakt het zich gemakkelijk bij het vuur. Eén voor één vallen haar teamgenoten in slaap. Terwijl ze mijmerend met een stok wat in het vuur roert, ongetwijfeld denkend aan haar tijd in Pylea, hoort ze geschuifel in het struikgewas achter haar. Ze vliegt overeind, heeft meteen een wapen in de aanslag, maar ontspant zich als ze ziet het dat Tom is. De opluchting is echter van korte duur. Angstig kijkt ze hem aan.
"Ga je mee", vraagt hij. Fred's schouders zakken en ze knikt gelaten. Stilletjes pakt ze haar rugzak in, kijkt naar haar uitgeputte slapende teamgenoten, draait zich weer terug naar Tom en vraagt "heb je een minuutje?" Hij knikt en snel schrijft Fred een brief, voor iedereen heeft ze persoonlijke, lieve en bemoedigende woorden. Met tranen in haar ogen legt ze de brief onder Mal's kussen, dan loopt ze naar Willow, drukt een kus op diens voorhoofd en dan kan ze haar tranen helemaal niet meer bedwingen. Geluidloos zit ze naast haar vriendin op haar hurken te huilen. Zachtjes tilt Tom haar overeind, slaat troostend zijn arm om haar heen en stilletjes verdwijnen ze in de nacht.