Team Vuur is na de vuurdoop in Voordewind overgevaren
naar Brainstorm en is nu al een dag te voet onderweg naar het einddoel,
vlakbij Bestek. Serenity, verveeld omdat hij ook moet lopen - en nog
langzaam ook - probeert zijn tanden in de rugzakken voor hem te zetten,
maar Kaylee weet hem daarvan te weerhouden met haar onuitputtelijk
lijkende voorraad M&M's.
"Waarom hebben we dit beest nog bij ons als het ons toch niet
allemaal kan dragen?" vraagt Aeryn, wat met een luid en angstig
gefluit wordt beantwoord.
"Laat me hem nou nog even houden", teemt Kaylee. "Kijk
nou hoe lief hij is!" en met een ruk aan het touw weet ze nog
net te voorkomen dat Serenity een hap uit Aeryn's haar neemt.
Het gesprek stokt want het team komt bij een bos aan.
Er staat een bordje.
"Het Enge Bos", leest John. Het ziet er nogal mistig en
griezelig uit. Kaylee zweert dat ze vreemde geluiden heeft gehoord
en wil er eigenlijk liever omheen.
"Huuuuu", de acht schrikken op van een gehuil achter het
bord. Een soort pluche wolfachtige pop kruipt tevoorschijn.
"Huuuuu niet het bos in gaan hoor!" roept het, "het
is er niet pluis! Huuuuuu!"
"Veel te ver om", antwoordt Faith nors, "we gaan er
doorheen, niet zeuren."
"Precies", zegt Willow. "Enge bossen kunnen wij hebben."
En zo gaat Team Vuur, Faith en Willow voorop, het Enge Bos in. Waar
het bos eerst nog zonnig en licht was, wordt het alsmaar donkerder,
mistiger en grimmiger. Onze helden zijn natuurlijk niet bang, maar
wel op hun hoede.
Plotseling, als uit het niets, staan daar ineens twee
mooie, maar zeer vreemd uitgedoste meisjes. Beiden in een ouderwets
aandoende lange jurk, de ene blond, de andere donker. Ze staan luidruchtig
ruziënd op het pad, ondertussen druk naar ons team wijzend.
"IK zag 'm het eerst!"
"Nietus!! IKKE en dus is hij van MIJ! Van MIJ!"
"Blijf van hem AF zeg ik je, sekreet!" De twee vliegen elkaar
aan en rollen harentrekkend over de grond.
Mal probeert sussend tussenbeide te komen. "Rustig nou maar dames,
wat is er aan de hand?" Maar ze horen hem niet eens. Hij schrikt
als één van de meisjes zich plotseling losmaakt uit
het gevecht en op een verbaasde John afvliegt.
"Mijn prins! Mijn prins!"
"Whoa! Rustig aan dame!" roept John quasi-boos. De andere
dame is inmiddels ook aan John gaan hangen. Met één
arm hebben ze allebei John in een vaste greep en met de andere hand
wordt er aan haren getrokken, ondamesachtig gevloekt en geschopt.
Willow, Faith en Fred liggen dubbel van het lachen, en ook John vindt
het wel grappig, maar zijn lachen vergaat als hij de ijzige blik ziet
van Aeryn die een stukje verderop staat. Kaylee, die Aeryn's blik
ook ziet, prikt haar in haar zij en giechelt "kom op Aeryn, zie
je dan niet hoe *leuk* dit is?"
"Ik ben Sebacean, ik doe niet aan leuk", is het grommende
antwoord.
Picard en Mal pakken beide dames op, zetten ze neer op een boomstronk
en Mal vraagt streng: "Ok, praat! Wie zijn jullie, wat doen jullie
hier en wat willen jullie van John hier?"
De donkere wil weer opstaan maar wordt teruggezet door Picard. "Mijn
naam is Sneeuwwitje, zij &^!%$#@ hier is Doornroosje, en HIJ daar
is mijn prins!" Ze prikt haar vinger in John's richting.
"Sneeuwwitje??" roept Fred verbaasd uit.
"Prins???" Faith kijkt naar John en proest het uit. "Yeah
right, waar is je witte paard en je zwaard, oh prins", zegt ze
terwijl ze een zwierige buiging maakt voor John. Die vindt het allemaal
wel stoer en gaat wat meer rechtop staan. "Ik heb anders best
prinserige kwaliteiten hoor", en hij knipoogt naar de meisjes
op de boomstam die bijna niet meer te houden zijn.
"Tja, maar wat doen we nu?", vraagt Picard. "We kunnen
deze twee moeilijk achter ons aanslepen en het ziet er niet naar uit
dat ze hier gedwee gaan achterblijven."
"Och, ik heb er geen last van hoor...", zegt John lachend.
Maar dan flitst er een wit licht en daar verschijnt een ietwat verveeld
uitziende toverfee.
"Meisjes
meisjes....", de toverfee schudt haar hoofd. "Laat deze
mensen toch met rust! Hoe vaak moet ik jullie nog zeggen dat jullie
prinsen niet bestaan?" Sneeuwwitje en Doornroosje kijken sip
van John naar de toverfee en weer terug.
"Echt niet?" vraag Sneeuwwitje.
"Deze lijkt er anders best op", mompelt Doornroosje die
zich uit Picard's greep heeft weten lost te maken en nu haar handen
niet van John kan afhouden. "Eeek!" John slaakt een hoge
gil en maakt een sprongetje. "Handen!" roept hij en hij
houdt Doornroosje's arm vast.
"OK zo is het wel genoeg", zegt de toverfee beslist. "Wegwezen
jullie twee!" Kennelijk heeft de toverfee voldoende invloed want
vloekend en vechtend verdwijnen de meisjes in de mist.
De toverfee gaat op de stam zitten en gaapt eens flink.
"Oooh hemel ik verveel me zo, abracadabraaa", klaagt ze,
ondertussen met haar toverstokje zwaaiend, bomen in paddestoelen veranderend
en paddestoelen in vlinders en vogels in bomen. Terwijl Willow het
tafereel met grote belangstelling bekijkt, vraagt Fred waarom de toverfee
zich zo verveelt. De toverfee gaat er eens goed voor zitten.
"Simsalabim... lang, lang geleden was er eens stinkend rijke
Tisrondenaar, genaamd Willem Hekken, en omdat hij niet meer wist wat
hij met zijn geld moest doen, bedacht hij dat een sprookjesbos wel
leuk zou zijn. Hij had De Efteling gezien op Aarde en wilde ook zoiets,
maar dan beter en echter. En dus haalde hij ons sprookjesfiguren uit
de boeken en plantte ons in dit bos. Wat hij precies gedaan heeft
weten we niet, maar we kunnen er niet meer uit en dus zijn we al eeuwen
op elkaar en een enkele argeloze voorbijganger aangewezen om ons te
vermaken. Ook mijn toverkracht werkt alleen nog maar binnen dit bos."
De toverfee gaapt weer eens flink, kijkt lui de groep rond,
wijst met haar stokje naar Kaylee en prevelt "Badda Bing Badda
Boem, ik verander je in een pompoen". Een flits en daar ligt
Kaylee op de grond akelig veel op een pompoen te lijken.
"Oh, erg leuk", zegt Faith nors. "En nou weer terug,
baddabingbaddablug."
"Nah", zegt de toverfee, "geen zin in." En voordat
iemand iets kan doen of zeggen is de toverfee verdwenen.
"Nou, lekker is dit!" briest John. "Goed
idee dames! Volgende keer luisteren we weer naar jullie!" Voorzichtig
pakt Willow Kaylee de Pompoen op en aait haar wat. "Daar daar,
het komt wel weer goed", zegt ze zachtjes, "ik verzin er
wel wat op."
"En anders eten we vanavond pompoensoep!" roept Faith sarcastisch,
wat wordt beloond met een woedende blik van Willow, een stomp in haar
zij van Fred en een paniekerige gil van Serenity.
"Het was maar een grapje...", moppert Faith terwijl ze doorloopt.
Niet lang daarna komen ze langs een open plek waar een
vuurtje is gestookt. Er danst een vreemd uitziend mannetje omheen.
En hij zingt
"niemand
weet, niemand weet, hoe ik heeheeheet", en hij danst nog een
rondje wild en waanzinnig lachend rond het vuur. Het team en het mannetje
zien elkaar tegelijk. Het mannetje stopt met dansen en kijkt de groep
vals aan. "Ha, daar zijn weer een stelletje stommelingen die
ik kan afpersen", mompelt hij en handenwrijvend sluipt hij op
ze af.
"Heeee kijk nou", roept Fred verrast uit. "Daar heb
je-" "Repelsteeltje!!" roepen ze alle zeven tegelijk
uit.
Het mannetje kijkt ze dodelijk verschrikt aan, gilt "Aaaaaaaaaargggghhhhh",
en woedend stampt hij op de grond en harder en harder, totdat hij
uiteindelijk in de grond zakt en er alleen nog maar een klein stofwolkje
te zien is.
"Goh, leuk bos he", jubelt Willow quasi-vrolijk.
"Hoe ver is het nog?" Picard kijkt op de kaart. "Niet
ver meer, we z-" Maar Fred, die wat is achtergebleven met een
ontroostbare Serenity, onderbreekt hem. "Hee kijk es wat Serenity
heeft gevonden!! Een pindarots!!" roept ze met haar mond vol.
Een tel later echter klinkt er een ijselijke gil. Het is Fred, die
nu gillend door een grote zwarte wolf het bos in wordt gesleept. Serenity
begint wild te stampen en te fluiten, maar kan haar niet achterna
omdat het bos te dicht begroeid is voor hem. Als het team de achtervolging
wil inzetten, klinkt er weer een gil! Nu is het is Willow, die aan
de andere kant wordt weggesleept door een ongewoon jong uitziende
heks. De zes achterblijvers zijn een moment in de war en dat is genoeg,
want zowel Willow als Kaylee zijn buiten hun gezichtsveld en gehoorsafstand.
"Waar breng je me naar toe?! Laat me gaan! Ik moet
Surviven!" roept Fred angstig, terwijl ze achter de wolf aanhobbelt.
Ze probeert zich te bevrijden van haar rugzak, waaraan ze door de
wolf wordt meegesleurd maar het is tevergeefs. Al snel komen ze bij
een klein oud huisje aan. De wolf sleurt haar naar binnen en gooit
haar in het bed. Fred, te verbaasd om bang te zijn vliegt meteen weer
overeind, maar stopt dan om nog verbaasder naar de wolf te kijken,
die niet - zoals ze had verwacht - op het punt staat haar te bespringen,
maar op een krukje bij het bed gaat zitten en een hoofddoekje om zijn
kop bindt.
"Grootmoeder!" roept hij tegen haar. "Wat heeft u een
grote ogen!"
"Um... wolf, ben je niet verk-"
"Grootmoeder! wat heeft u een grote neus!"
"Hey!" roept Fred, nu verontwaardigd.
"Grootmoeder! Wat heeft u een grote mond!!"
****
Intussen, aan de andere kant van het bos, zijn de heks
en Willow ook bij een huisje aanbeland.
"Hoe vind je mijn look?", begint de heks vrolijk.
"Um, ja, eh...cool?"
"Ik werd een beetje moe van dat uiterlijk, dus ik heb me een
wat modernere stijl aangemeten. Vind je 't wat? Is de jurk niet te
lang?" vraagt de ijdele heks terwijl ze zichzelf van achteren
probeert te bekijken. "Nouja, doet er niet toe, ik heb belangrijker
dingen aan mijn hoofd, kom maar eens met me mee." De heks sleurt
Willow mee naar een klein huisje, dat is gemaakt van peperkoek en
allerhande snoepgoed. Achter de getraliede raampjes ziet Willow het
allerdikste jongetje en het allerdikste meisje dat ze ooit heeft gezien.
Ze zijn zo rond als ballonnetjes!
"Help ons", piept het jongetje.
"Kijk nou toch!" De heks wijst naar het huisje. "Lang,
heel lang geleden heb ik deze twee gevangen en opgesloten. Ik ben
ze gaan vetmesten zodat ik lekker veel te eten had. Maar het stel
heeft me belazerd. In plaats van hun vingertjes staken ze takjes tussen
de tralies zodat ik niet in de gaten had dat ze dikker werden. Maar
toen pikte ik laatst de bril af van een toerist en zag ik dat de twee
nog vetter dan vet zijn. Zo vet dat ze het huisje niet meer uitkunnen.
Hoe kan ik ze nou eten??" Willow staat er wat geschrokken bij
en zegt dat ze dat ook niet weet.
"Hmmm", zegt de heks, "jij zag er anders wat slimmer
uit dan die anderen en als ik me niet vergis ben je ook een heks,
net als ik. Ik laat je niet gaan voordat je deze twee het huisje uit
hebt gekregen, desnoods eet je het hele huisje op!"
Willow zucht. "Maar luister nou es", begint ze, "ik
wil hier niks mee te maken hebben, ik ben geen heks zoals jij en ik
ga nú terug naar mijn vrienden!" Maar de gemene heks houdt
haar tegen en hoewel Willow waarschijnlijk vrij gemakkelijk kan ontsnappen,
wil ze de kinderen niet in de steek laten en ze besluit de situatie
nog even aan te zien. Ondertussen staat de heks ongeduldig naast het
huisje met haar bezem te stampen. Dan krijg Willow een idee.
"Jongens! roept ze naar de kinderen, "op mijn teken moeten
jullie allebei tegelijk heeeeeel diep inademen!" De angstige
kinderen knikken.
"Wat heeft dat nou voor nut?" krijst de heks.
"Eén twee NU!" roept Willow. De kinderen halen heeeeeeel
diep adem en ze worden ronder en ronder en ronder.... todat het huisje
het niet meer houdt en uit elkaar spat. De gemene heks wordt bedolven
onder een muur van zuurstokken, zoethout en kaneelbrokken en de kinderen
zijn vrij. Ze omhelzen Willow, grijpen nog wat dakpannenkoeken en
rennen er vandoor. Willow besluit maar snel hetzelfde te doen, en
gaat vlug terug naar haar team.
****
"Ok, nog één keer."
"Eh... en dan ga ik in bed liggen met die hoofddoek om en wacht
tot oma thuiskomt".
"Nee nee nee!! Totdat Roodkápje binnenkomt!"
Fred en de wolf zitten naast elkaar op het bed. De wolf ziet er duidelijk
verward uit, Fred verhit. "Ik weet het niet meeeeeeeeeer",
jengelt de wolf. "Het is ook allemaal zo lang gelehehedeeeeen".
Fred klopt de wolf zachtjes op zijn been. "Toe maar, stil nu
maar. We zullen het opschrijven, goed? Dan kun je nooit meer vergeten
hoe het verhaal gaat."
Er klinkt een luid geroep. Daar komen Faith en Picard
het huisje binnengestormd om stomverbaasd in de deuropening te blijven
staan als ze het tafereel zien van een wolf in tranen en Fred met
haar arm om het beest heen. Ze kijkt Faith en Picard vergoeilijkend
aan.
"Arm dier... hij is hier al zo lang dat hij is vergeten hoe zijn
eigen sprookje gaat", zegt ze. "Dat is toch zíelig!?"
Fred - meegesleept door een lichtelijk geïrriteerde
Faith en Picard - komt weer terug bij de pindarots. John staat er
zo onopvallend mogelijk het bos in te turen, Aeryn probeert tevergeefs
Serenity in toom te houden wat feitelijk neerkomt op het ontwijken
van zijn happen. En arme Kaylee de pompoen ligt op schoot van een
bezorgd kijkende Mal. Van de andere kant van het pad komt ook Willow
weer aangesneld. Team Vuur kan verder. Maar niet voor lang want daar
staat nog een sprookjesfiguur langs de weg.
"Allemachtig, die toverfee maakte geen grapjes toen ze zei dat
men zich hier met voorbijgangers vermaakt", gromt Aeryn. "Wie
de frell is dát nu weer". Ze wijst naar het uitzonderlijk
kleine jongetje dat wonderbaarlijk knap weet te balanceren op een
stel enorme laarzen.
"Hé jullie daar, waar gaan jullie naartoe!" roept
hij.
"We moeten naar Bestek en we hebben haast", antwoordt Willow.
Faith wijst op de laarzen. "Jij gaat wel erg snel op die dingen
he. Kunnen we die niet van je kopen?" vraagt ze.
"Hah! Ja doei ammehoela!" roept het jong. "Je denkt
toch zeker niet dat ik deze aan de eerste de beste wandelaars ga weggeven!
Met deze laarzen ben ik de beste en de snelste en de mooiste, dus
ik ben daar gek!" snuift hij verwaand en hij wil alweer doorlopen.
"Daar geloof ik niks van" zegt Fred, ze doet een stap naar
voren en kijkt het verwaande joch uitdagend aan. Het jong snuift nog
eens en kijkt haar aan. "Wedden?"
"Hmmm, ok", zegt Fred, "ik wil wel wedden dat ik eerder
dan jij bij die heuvel daar ben."
"Mwuhahahaha!! Laat me niet lachen, ik ben sneller dan al jullie
slappelingen bij elkaar!" is het antwoord.
"Ik kan het kreng ook gewoon uit die laarzen slaan hoor",
oppert John die rood begint aan te lopen. Maar Fred legt hem met haar
blik het zwijgen op.
"Goed dan", gaat Fred verder. "Ik geef je een voorsprong
van 10 tellen. En als ik sneller ben dan jij krijg ik jouw laarzen."
Arrogant roept het jong nog eens dat niemand sneller is dan hij en
hij gaat meteen accoord. In een razend tempo stampt hij op de heuvel
af maar nog voordat hij halverwege is krijgt hij een klap tegen zijn
hoofd. Van een hoef. Fred, gezeten op Serenity, vliegt hem voorbij
en wacht hem lachend op de heuvel op.
"Gemeen! Dit is heel gemeen!" Het jongetje, nu niet meer
zo arrogant huilt en stampt met zijn voeten. En geeft dan de laarzen
mokkend, vloekend en tierend aan Fred.
"Ok
jongens, instappen!!" roept Fred vrolijk, als ze weer terug is
bij het team. De zes anderen klimmen snel in de laarzen en in een
razend tempo snellen ze op de rand van het bos af. Sneller en sneller
gaat het, onder luid gejoel en Serenity vliegt er opgewonden fluitend
achteraan.
"Zo zijn we over een paar dagen wel in bestek!" roept Willow
opgetogen uit, die moeite heeft pompoenkaylee vast te houden.
"Woohooo!" roept Fred. "Dit is FANTAST- AU ow au".....
- op het moment dat het gezelschap de grens van het bos passeert,
krimpen de laarzen in een flits terug naar normale grootte waardoor
het hele team over elkaar vallend het pad afrolt....
"Kaylee!" gilt Willow, als ze de pompoen in de richting
van een rivier ziet rollen. Mal vliegt overeind en spurt in de richting
van de pompoen, laat zich vallen en weet de pompoen nog net op tijd
vast te grijpen. Tot zijn verbazing staat hij daar ineens met Kaylee
in zijn armen.
"Goeie vangst!" Tom applaudiseert enthousiast.
Dan strekt hij met een verontschuldigende grijns zijn armen uit. "En
sorry, maar... mag ik?"