home
Wat is Survivor?
De regels
De kandidaten
Vooruitblikken
De fans
de locatie
De Organisatie
Van dag tot dag
Survivor 2002
e-mail De Organisatie

    

11 juli 2004 - 14 augustus 2004


RONDE 12
VERSLAG 19

      

Over The Rainbow



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Klik hier om te zien waar Team Vuur zich nu bevindt.

Team Vuur is na de vuurdoop in Voordewind overgevaren naar Brainstorm en is nu al een dag te voet onderweg naar het einddoel, vlakbij Bestek. Serenity, verveeld omdat hij ook moet lopen - en nog langzaam ook - probeert zijn tanden in de rugzakken voor hem te zetten, maar Kaylee weet hem daarvan te weerhouden met haar onuitputtelijk lijkende voorraad M&M's.
"Waarom hebben we dit beest nog bij ons als het ons toch niet allemaal kan dragen?" vraagt Aeryn, wat met een luid en angstig gefluit wordt beantwoord.
"Laat me hem nou nog even houden", teemt Kaylee. "Kijk nou hoe lief hij is!" en met een ruk aan het touw weet ze nog net te voorkomen dat Serenity een hap uit Aeryn's haar neemt.

Het gesprek stokt want het team komt bij een bos aan. Er staat een bordje.
"Het Enge Bos", leest John. Het ziet er nogal mistig en griezelig uit. Kaylee zweert dat ze vreemde geluiden heeft gehoord en wil er eigenlijk liever omheen.
"Huuuuu", de acht schrikken op van een gehuil achter het bord. Een soort pluche wolfachtige pop kruipt tevoorschijn.
"Huuuuu niet het bos in gaan hoor!" roept het, "het is er niet pluis! Huuuuuu!"
"Veel te ver om", antwoordt Faith nors, "we gaan er doorheen, niet zeuren."
"Precies", zegt Willow. "Enge bossen kunnen wij hebben." En zo gaat Team Vuur, Faith en Willow voorop, het Enge Bos in. Waar het bos eerst nog zonnig en licht was, wordt het alsmaar donkerder, mistiger en grimmiger. Onze helden zijn natuurlijk niet bang, maar wel op hun hoede.

Plotseling, als uit het niets, staan daar ineens twee mooie, maar zeer vreemd uitgedoste meisjes. Beiden in een ouderwets aandoende lange jurk, de ene blond, de andere donker. Ze staan luidruchtig ruziënd op het pad, ondertussen druk naar ons team wijzend.
"IK zag 'm het eerst!"
"Nietus!! IKKE en dus is hij van MIJ! Van MIJ!"
"Blijf van hem AF zeg ik je, sekreet!" De twee vliegen elkaar aan en rollen harentrekkend over de grond.
Mal probeert sussend tussenbeide te komen. "Rustig nou maar dames, wat is er aan de hand?" Maar ze horen hem niet eens. Hij schrikt als één van de meisjes zich plotseling losmaakt uit het gevecht en op een verbaasde John afvliegt.
"Mijn prins! Mijn prins!"
"Whoa! Rustig aan dame!" roept John quasi-boos. De andere dame is inmiddels ook aan John gaan hangen. Met één arm hebben ze allebei John in een vaste greep en met de andere hand wordt er aan haren getrokken, ondamesachtig gevloekt en geschopt. Willow, Faith en Fred liggen dubbel van het lachen, en ook John vindt het wel grappig, maar zijn lachen vergaat als hij de ijzige blik ziet van Aeryn die een stukje verderop staat. Kaylee, die Aeryn's blik ook ziet, prikt haar in haar zij en giechelt "kom op Aeryn, zie je dan niet hoe *leuk* dit is?"
"Ik ben Sebacean, ik doe niet aan leuk", is het grommende antwoord.
Picard en Mal pakken beide dames op, zetten ze neer op een boomstronk en Mal vraagt streng: "Ok, praat! Wie zijn jullie, wat doen jullie hier en wat willen jullie van John hier?"
De donkere wil weer opstaan maar wordt teruggezet door Picard. "Mijn naam is Sneeuwwitje, zij &^!%$#@ hier is Doornroosje, en HIJ daar is mijn prins!" Ze prikt haar vinger in John's richting.
"Sneeuwwitje??" roept Fred verbaasd uit.
"Prins???" Faith kijkt naar John en proest het uit. "Yeah right, waar is je witte paard en je zwaard, oh prins", zegt ze terwijl ze een zwierige buiging maakt voor John. Die vindt het allemaal wel stoer en gaat wat meer rechtop staan. "Ik heb anders best prinserige kwaliteiten hoor", en hij knipoogt naar de meisjes op de boomstam die bijna niet meer te houden zijn.
"Tja, maar wat doen we nu?", vraagt Picard. "We kunnen deze twee moeilijk achter ons aanslepen en het ziet er niet naar uit dat ze hier gedwee gaan achterblijven."
"Och, ik heb er geen last van hoor...", zegt John lachend. Maar dan flitst er een wit licht en daar verschijnt een ietwat verveeld uitziende toverfee.

"Meisjes meisjes....", de toverfee schudt haar hoofd. "Laat deze mensen toch met rust! Hoe vaak moet ik jullie nog zeggen dat jullie prinsen niet bestaan?" Sneeuwwitje en Doornroosje kijken sip van John naar de toverfee en weer terug.
"Echt niet?" vraag Sneeuwwitje.
"Deze lijkt er anders best op", mompelt Doornroosje die zich uit Picard's greep heeft weten lost te maken en nu haar handen niet van John kan afhouden. "Eeek!" John slaakt een hoge gil en maakt een sprongetje. "Handen!" roept hij en hij houdt Doornroosje's arm vast.
"OK zo is het wel genoeg", zegt de toverfee beslist. "Wegwezen jullie twee!" Kennelijk heeft de toverfee voldoende invloed want vloekend en vechtend verdwijnen de meisjes in de mist.

De toverfee gaat op de stam zitten en gaapt eens flink. "Oooh hemel ik verveel me zo, abracadabraaa", klaagt ze, ondertussen met haar toverstokje zwaaiend, bomen in paddestoelen veranderend en paddestoelen in vlinders en vogels in bomen. Terwijl Willow het tafereel met grote belangstelling bekijkt, vraagt Fred waarom de toverfee zich zo verveelt. De toverfee gaat er eens goed voor zitten.
"Simsalabim... lang, lang geleden was er eens stinkend rijke Tisrondenaar, genaamd Willem Hekken, en omdat hij niet meer wist wat hij met zijn geld moest doen, bedacht hij dat een sprookjesbos wel leuk zou zijn. Hij had De Efteling gezien op Aarde en wilde ook zoiets, maar dan beter en echter. En dus haalde hij ons sprookjesfiguren uit de boeken en plantte ons in dit bos. Wat hij precies gedaan heeft weten we niet, maar we kunnen er niet meer uit en dus zijn we al eeuwen op elkaar en een enkele argeloze voorbijganger aangewezen om ons te vermaken. Ook mijn toverkracht werkt alleen nog maar binnen dit bos."
De toverfee gaapt weer eens flink, kijkt lui de groep rond, wijst met haar stokje naar Kaylee en prevelt "Badda Bing Badda Boem, ik verander je in een pompoen". Een flits en daar ligt Kaylee op de grond akelig veel op een pompoen te lijken.
"Oh, erg leuk", zegt Faith nors. "En nou weer terug, baddabingbaddablug."
"Nah", zegt de toverfee, "geen zin in." En voordat iemand iets kan doen of zeggen is de toverfee verdwenen.

"Nou, lekker is dit!" briest John. "Goed idee dames! Volgende keer luisteren we weer naar jullie!" Voorzichtig pakt Willow Kaylee de Pompoen op en aait haar wat. "Daar daar, het komt wel weer goed", zegt ze zachtjes, "ik verzin er wel wat op."
"En anders eten we vanavond pompoensoep!" roept Faith sarcastisch, wat wordt beloond met een woedende blik van Willow, een stomp in haar zij van Fred en een paniekerige gil van Serenity.
"Het was maar een grapje...", moppert Faith terwijl ze doorloopt.

Niet lang daarna komen ze langs een open plek waar een vuurtje is gestookt. Er danst een vreemd uitziend mannetje omheen. En hij zingt "niemand weet, niemand weet, hoe ik heeheeheet", en hij danst nog een rondje wild en waanzinnig lachend rond het vuur. Het team en het mannetje zien elkaar tegelijk. Het mannetje stopt met dansen en kijkt de groep vals aan. "Ha, daar zijn weer een stelletje stommelingen die ik kan afpersen", mompelt hij en handenwrijvend sluipt hij op ze af.
"Heeee kijk nou", roept Fred verrast uit. "Daar heb je-" "Repelsteeltje!!" roepen ze alle zeven tegelijk uit.
Het mannetje kijkt ze dodelijk verschrikt aan, gilt "Aaaaaaaaaargggghhhhh", en woedend stampt hij op de grond en harder en harder, totdat hij uiteindelijk in de grond zakt en er alleen nog maar een klein stofwolkje te zien is.

"Goh, leuk bos he", jubelt Willow quasi-vrolijk. "Hoe ver is het nog?" Picard kijkt op de kaart. "Niet ver meer, we z-" Maar Fred, die wat is achtergebleven met een ontroostbare Serenity, onderbreekt hem. "Hee kijk es wat Serenity heeft gevonden!! Een pindarots!!" roept ze met haar mond vol. Een tel later echter klinkt er een ijselijke gil. Het is Fred, die nu gillend door een grote zwarte wolf het bos in wordt gesleept. Serenity begint wild te stampen en te fluiten, maar kan haar niet achterna omdat het bos te dicht begroeid is voor hem. Als het team de achtervolging wil inzetten, klinkt er weer een gil! Nu is het is Willow, die aan de andere kant wordt weggesleept door een ongewoon jong uitziende heks. De zes achterblijvers zijn een moment in de war en dat is genoeg, want zowel Willow als Kaylee zijn buiten hun gezichtsveld en gehoorsafstand.

"Waar breng je me naar toe?! Laat me gaan! Ik moet Surviven!" roept Fred angstig, terwijl ze achter de wolf aanhobbelt. Ze probeert zich te bevrijden van haar rugzak, waaraan ze door de wolf wordt meegesleurd maar het is tevergeefs. Al snel komen ze bij een klein oud huisje aan. De wolf sleurt haar naar binnen en gooit haar in het bed. Fred, te verbaasd om bang te zijn vliegt meteen weer overeind, maar stopt dan om nog verbaasder naar de wolf te kijken, die niet - zoals ze had verwacht - op het punt staat haar te bespringen, maar op een krukje bij het bed gaat zitten en een hoofddoekje om zijn kop bindt.
"Grootmoeder!" roept hij tegen haar. "Wat heeft u een grote ogen!"
"Um... wolf, ben je niet verk-"
"Grootmoeder! wat heeft u een grote neus!"
"Hey!" roept Fred, nu verontwaardigd.
"Grootmoeder! Wat heeft u een grote mond!!"

****

Intussen, aan de andere kant van het bos, zijn de heks en Willow ook bij een huisje aanbeland.
"Hoe vind je mijn look?", begint de heks vrolijk.
"Um, ja, eh...cool?"
"Ik werd een beetje moe van dat uiterlijk, dus ik heb me een wat modernere stijl aangemeten. Vind je 't wat? Is de jurk niet te lang?" vraagt de ijdele heks terwijl ze zichzelf van achteren probeert te bekijken. "Nouja, doet er niet toe, ik heb belangrijker dingen aan mijn hoofd, kom maar eens met me mee." De heks sleurt Willow mee naar een klein huisje, dat is gemaakt van peperkoek en allerhande snoepgoed. Achter de getraliede raampjes ziet Willow het allerdikste jongetje en het allerdikste meisje dat ze ooit heeft gezien. Ze zijn zo rond als ballonnetjes!
"Help ons", piept het jongetje.
"Kijk nou toch!" De heks wijst naar het huisje. "Lang, heel lang geleden heb ik deze twee gevangen en opgesloten. Ik ben ze gaan vetmesten zodat ik lekker veel te eten had. Maar het stel heeft me belazerd. In plaats van hun vingertjes staken ze takjes tussen de tralies zodat ik niet in de gaten had dat ze dikker werden. Maar toen pikte ik laatst de bril af van een toerist en zag ik dat de twee nog vetter dan vet zijn. Zo vet dat ze het huisje niet meer uitkunnen. Hoe kan ik ze nou eten??" Willow staat er wat geschrokken bij en zegt dat ze dat ook niet weet. "Hmmm", zegt de heks, "jij zag er anders wat slimmer uit dan die anderen en als ik me niet vergis ben je ook een heks, net als ik. Ik laat je niet gaan voordat je deze twee het huisje uit hebt gekregen, desnoods eet je het hele huisje op!"
Willow zucht. "Maar luister nou es", begint ze, "ik wil hier niks mee te maken hebben, ik ben geen heks zoals jij en ik ga nú terug naar mijn vrienden!" Maar de gemene heks houdt haar tegen en hoewel Willow waarschijnlijk vrij gemakkelijk kan ontsnappen, wil ze de kinderen niet in de steek laten en ze besluit de situatie nog even aan te zien. Ondertussen staat de heks ongeduldig naast het huisje met haar bezem te stampen. Dan krijg Willow een idee.
"Jongens! roept ze naar de kinderen, "op mijn teken moeten jullie allebei tegelijk heeeeeel diep inademen!" De angstige kinderen knikken.
"Wat heeft dat nou voor nut?" krijst de heks.
"Eén twee NU!" roept Willow. De kinderen halen heeeeeeel diep adem en ze worden ronder en ronder en ronder.... todat het huisje het niet meer houdt en uit elkaar spat. De gemene heks wordt bedolven onder een muur van zuurstokken, zoethout en kaneelbrokken en de kinderen zijn vrij. Ze omhelzen Willow, grijpen nog wat dakpannenkoeken en rennen er vandoor. Willow besluit maar snel hetzelfde te doen, en gaat vlug terug naar haar team.

****

"Ok, nog één keer."
"Eh... en dan ga ik in bed liggen met die hoofddoek om en wacht tot oma thuiskomt".
"Nee nee nee!! Totdat Roodkápje binnenkomt!"
Fred en de wolf zitten naast elkaar op het bed. De wolf ziet er duidelijk verward uit, Fred verhit. "Ik weet het niet meeeeeeeeeer", jengelt de wolf. "Het is ook allemaal zo lang gelehehedeeeeen".
Fred klopt de wolf zachtjes op zijn been. "Toe maar, stil nu maar. We zullen het opschrijven, goed? Dan kun je nooit meer vergeten hoe het verhaal gaat."

Er klinkt een luid geroep. Daar komen Faith en Picard het huisje binnengestormd om stomverbaasd in de deuropening te blijven staan als ze het tafereel zien van een wolf in tranen en Fred met haar arm om het beest heen. Ze kijkt Faith en Picard vergoeilijkend aan.
"Arm dier... hij is hier al zo lang dat hij is vergeten hoe zijn eigen sprookje gaat", zegt ze. "Dat is toch zíelig!?"

Fred - meegesleept door een lichtelijk geïrriteerde Faith en Picard - komt weer terug bij de pindarots. John staat er zo onopvallend mogelijk het bos in te turen, Aeryn probeert tevergeefs Serenity in toom te houden wat feitelijk neerkomt op het ontwijken van zijn happen. En arme Kaylee de pompoen ligt op schoot van een bezorgd kijkende Mal. Van de andere kant van het pad komt ook Willow weer aangesneld. Team Vuur kan verder. Maar niet voor lang want daar staat nog een sprookjesfiguur langs de weg.
"Allemachtig, die toverfee maakte geen grapjes toen ze zei dat men zich hier met voorbijgangers vermaakt", gromt Aeryn. "Wie de frell is dát nu weer". Ze wijst naar het uitzonderlijk kleine jongetje dat wonderbaarlijk knap weet te balanceren op een stel enorme laarzen.
"Hé jullie daar, waar gaan jullie naartoe!" roept hij.
"We moeten naar Bestek en we hebben haast", antwoordt Willow.
Faith wijst op de laarzen. "Jij gaat wel erg snel op die dingen he. Kunnen we die niet van je kopen?" vraagt ze.
"Hah! Ja doei ammehoela!" roept het jong. "Je denkt toch zeker niet dat ik deze aan de eerste de beste wandelaars ga weggeven! Met deze laarzen ben ik de beste en de snelste en de mooiste, dus ik ben daar gek!" snuift hij verwaand en hij wil alweer doorlopen.
"Daar geloof ik niks van" zegt Fred, ze doet een stap naar voren en kijkt het verwaande joch uitdagend aan. Het jong snuift nog eens en kijkt haar aan. "Wedden?"
"Hmmm, ok", zegt Fred, "ik wil wel wedden dat ik eerder dan jij bij die heuvel daar ben."
"Mwuhahahaha!! Laat me niet lachen, ik ben sneller dan al jullie slappelingen bij elkaar!" is het antwoord.
"Ik kan het kreng ook gewoon uit die laarzen slaan hoor", oppert John die rood begint aan te lopen. Maar Fred legt hem met haar blik het zwijgen op.
"Goed dan", gaat Fred verder. "Ik geef je een voorsprong van 10 tellen. En als ik sneller ben dan jij krijg ik jouw laarzen." Arrogant roept het jong nog eens dat niemand sneller is dan hij en hij gaat meteen accoord. In een razend tempo stampt hij op de heuvel af maar nog voordat hij halverwege is krijgt hij een klap tegen zijn hoofd. Van een hoef. Fred, gezeten op Serenity, vliegt hem voorbij en wacht hem lachend op de heuvel op.
"Gemeen! Dit is heel gemeen!" Het jongetje, nu niet meer zo arrogant huilt en stampt met zijn voeten. En geeft dan de laarzen mokkend, vloekend en tierend aan Fred.

"Ok jongens, instappen!!" roept Fred vrolijk, als ze weer terug is bij het team. De zes anderen klimmen snel in de laarzen en in een razend tempo snellen ze op de rand van het bos af. Sneller en sneller gaat het, onder luid gejoel en Serenity vliegt er opgewonden fluitend achteraan.
"Zo zijn we over een paar dagen wel in bestek!" roept Willow opgetogen uit, die moeite heeft pompoenkaylee vast te houden.
"Woohooo!" roept Fred. "Dit is FANTAST- AU ow au"..... - op het moment dat het gezelschap de grens van het bos passeert, krimpen de laarzen in een flits terug naar normale grootte waardoor het hele team over elkaar vallend het pad afrolt....
"Kaylee!" gilt Willow, als ze de pompoen in de richting van een rivier ziet rollen. Mal vliegt overeind en spurt in de richting van de pompoen, laat zich vallen en weet de pompoen nog net op tijd vast te grijpen. Tot zijn verbazing staat hij daar ineens met Kaylee in zijn armen.

"Goeie vangst!" Tom applaudiseert enthousiast. Dan strekt hij met een verontschuldigende grijns zijn armen uit. "En sorry, maar... mag ik?"