|
Klik hier om te zien waar Team
Aarde zich nu bevindt.
|
Kaylee,
John, Faith en Kirk zitten somber rond een kampvuur, alle vier in
hun eigen gedachten verzonken. Het is alweer een paar dagen geleden
dat Gabriëlle moest vertrekken en dat ze zijn gecrasht met de
shuttle. Kaylee schaamt zich dat zij en Kirk ondanks hun uiterste
best de shuttle niet konden repareren. De boordcomputer was zelfs
voor Kaylee te raadselachtig en Kaylee weet vrij zeker dat Avon het
ding had kunnen reparen en dat ze misschien al op Palm hadden kunnen
zijn.
Kirk, die er ook aan zit te denken roert wat met een stok in het vuur.
Hij stopt even om te verzuchten "ik mis Gaby", wat een nog
diepere zucht bij John als gevolg heeft. "Ja... wie gaat ons
nu verhalen vertellen tijdens de lange avonden?" Zwijgend staart
het viertal in het vuur.
Dan
springt Faith quasi-enthousiast overeind. "Ik ga eens rondkijken
of hier wat te eten is, potverdorie waarom zijn uitgerekend die boodschappen
nou in het water gevallen"? "Wacht, ik ga met je mee."
Ook John staat op. Na een uur komt het tweetal terug om Kaylee en
Kirk nog altijd somber bij het vuur aan te treffen. "Hebben jullie
iets te eten gevonden?" vraagt Kaylee.
"Alleen deze paddestoelen", John houdt een tiental paddestoelen
omhoog.
"Maar we weten niet of deze eetbaar zijn. Jullie?" vraagt
Faith. Kaylee en Kirk schudden hun hoofd.
"Gaby wist die dingen", zegt Kirk verdrietig. "Ik mis
Gaby..."
"Ja ik ook, maar mijn maag mist voedsel ", zegt Faith kortaf.
"En ook zonder Gaby zullen we overleven, dus wat doen we met
deze paddestoelen. Eten of niet? Iets anders is er niet dus ik zeg
laten we het proberen."
Kaylee aarzelt. "Hmmm, ik weet niet... paddestoelen kunnen hartstikke
giftig zijn". Maar de drie anderen laten hun magen spreken en
ze besluiten het er op te wagen, de paddestoelen worden gekookt en
gegeten. Ze smaken prima en als de magen zich vullen, komt ook de
motivatie weer op gang. Op dat moment tovert Kirk een fles wijn uit
zijn rugzak die hij stiekem uit de branding had weten te redden en
zo wordt het toch nog gezellig.
"Ik voel me een beetje raar", zegt Kaylee na een poosje.
Kirk wrijft over zijn buik en gaapt "ik eigenlijk o-". Voordat
hij zijn zin kan afmaken valt hij achterover als een blok in slaap.
Niet alleen Kirk, alle vier liggen ze plotseling te snurken.
Korte
tijd later worden ze vrijwel gelijktijdig weer wakker. "Wow,
dat was raar, ik had ineens een vreselijke slaap", zegt Faith
"En volgens mij ben ik in slaap gevallen". "Jij niet
alleen", is John's reactie, "volgens mij hebben we alle
vier geslapen. Is iedereen ok?" De andere drie kijken om zich
heen en knikken.
"Vreemd", zegt Kirk dan. "Wat ziet het er ineens anders
uit. Ik zou toch zweren dat we hier op een strandje vlakbij het water
zaten en nu zie ik alleen nog maar rotsen." Faith wil antwoorden
maar ziet dan een gruwelijk zwart monster op haar afkomen. Instinctief
sleurt ze Kaylee mee achter een rots en waarschuwt met een schreeuw
de mannen. Het monster, dat ongeveer een meter hoog is komt dichterbij
en loopt ze voorbij zonder enige aandacht aan ze te besteden. "Het
lijkt wel een gigantische mier!", roept John.
"Waaaaaaaa! Kijk daar!" roept Kaylee nu uit terwijl ze naar
de lucht wijst. Het is een reusachtige vogel.
"En waarom zijn de bomen eigenlijk zo hoog ineens?" vraagt
Kirk zich hardop af.
Faith wijst geschokt naar vier gigantische rugzakken. "Kijk onze
rugzakken nou! Ze zijn gegroeid!"
"De wereld is gegroeid!" roept Kaylee.
"Of wij zijn gekrompen...." antwoordt John langzaam. "Whoa
dit is wel heel erg Disneyland! We zijn in het "Honey I Shrunk
The Survivors" themapark beland!"
Geschrokken
gaan de vier voorzichtig op verkenning in een volkomen nieuwe wereld.
"Whoooa moet je die reuzenvlinder zien!" Kaylee wijst verbaast
naar de lucht. "En die paddestoelen! We kunnen er bijna onder
wonen!"
"Dit is allemaal wel heel wonderlijk en grappig, maar op deze
manier doen we er een jaar over om naar Voordewind te komen, als we
de tocht al overleven." De woorden van John brengen iedereen
als een koude douche weer terug in de werkelijkheid. "Onze rugzakken
kunnen we niet meer dragen, zelfs het Boek niet. Maar we moeten wel
íets doen. Iemand suggesties?"
"Het Boek!" Kaylee rent er op af en probeert het uit John's
rugzak te sleuren. John en Kirk komen helpen en met z'n drieën
weten ze het te openen. "Maar de veldflessen zijn veel te zwaar",
peinst Kirk.
"Kijk es wat daar loopt", wijst John, "een regenworm!
Kom Jim, help me even." De twee klimmen van het boek af, grijpen
de glibberige regenworm en duwen het op het boek. Terwijl de regenworm
zich snel uit de voeten maakt, laat hij voldoende water achter om
letters te laten verschijnen..... Kirk loopt erlangs en leest hardop
voor:
4
draadjes van de bloem die slaat
3 blaadjes van de bloem die je dansen laat
2 takjes van gewas dat heelt na een ongeval
1 handje van haar die niet dansen zal
zorgen dat je weer groots door het leven gaat
"Geweldig.
Raadsels. Dat hadden we net nodig." zegt John sarcastisch. "Gaby
was hier goed in", zei Kirk somber. "Maar Gaby is hier niet
en wij wel", roept Faith boos uit "en wij kunnen dit óók!"
"Inderdaad", zegt Kirk ferm. "We pakken één
regel tegelijk en als we niet meteen kunnen raden wat het is, gaan
we zoeken." En het team concentreert zich op de eerste regel,
hun best doend de langsstampende monsterachtige mieren, vliegen en
andere insecten te ontwijken.
"Een bloem die slaat zou smapgras kunnen zijn", denkt Faith
hardop.
"Dat is geen bloem, dat is gras", wijst John haar kortaf
terecht.
"Ok, ik heb jou nog niet met een briljant idee zien komen",
Faith's ogen priemen bij John naar binnen.
"Pas op hoor", zegt hij, "of ik laat Avon weer terugbrengen",
wat slechts een luid gesnuif als antwoord oplevert.
"Wat voor bloem laat je nou dansen?" vraagt Kaylee. "En
een gewas dat héélt??" Ze staren allevier naar
de lucht alsof de antwoorden daaruit kunnen vallen. Kirk zucht diep.
"Gaby was hier goe- AU", het levert hem een stomp in zijn
zij op van Faith.
"Goed, we komen zo duidelijk niet verder. Ik stel voor dat we
gaan rondkijken wat we kunnen vinden", zegt Kirk dan resoluut.
"Laten we ons verspreiden maar wel binnen gehoorsafstand blijven."
De
vier gaan zo snel als hun gevaarlijke omgeving het toelaat op zoek,
in de hoop dat ze iets tegenkomen dat ze herkennen in het raadsel.
Al vrij snel begint Kaylee te roepen. "Hahaha, natúúrlijk!"
De andere drie komen snel op haar afgerend. "Viooltjes!! Die
laten je dansen!" John klimt behendig in de bloem, haalt er vier
blaadjes af en gooit ze naar beneden. Als de blaadjes in veiligheid
zijn gesteld gaan ze weer op zoek. Ze hebben zich nog niet omgedraaid
als Kaylee luidkeels begint te gillen. "Wat is er!" schreeuwt
John, op haar afrennend. Kaylee kan alleen nog maar wijzen. En dan
zien de andere drie het ook: met een noodgang komt er een reusachtig
konijn op ze afgestormd.
"Rustig
maar 'Anya', konijnen doen niks. We moeten alleen zorgen dat we niet
voor speelgoed worden aangezien en maken dat we wegkomen". Ze
spurten allevier in de richting van een dikbegroeid bos van grassprieten.
Kaylee en John komen er als eerste aan, maar Faith en Kirk zijn nergens
te bekennen. Na enkele angstige minuten komen ze er dan toch aan,
helemaal vuil. "Ja sorry", zegt Faith sarcastisch, "Prinses
Margriet hier had een beetje moeite ons bij te houden en dus hebben
we ons maar ingegraven tot het beest weg was."
"De kust is weer veilig hoor", hijgt Kirk achter haar.
"Ik
heb het koud", klaagt Kaylee. "Er komt haast geen straaltje
zon door op dit niveau!"
"Kom es mee", Kirk pakt haar bij de hand en ze gaan onder
een grote bloem staan.
"Oooooh hier is het licht en warm!" roept Kaylee blij uit.
"Wat is dit?"
"Een zonnebloem", antwoordt Kirk.
Als
iedereen is opgewarmd en uitgerust gaan ze weer verder en na een tijdje
beginnen John als Kaylee gelijktijdig te roepen.
"Muurbloempjes!!" roept Kaylee blij verrast uit.
"Klaprozen!!" roept John.
Met veel moeite wordt er in bloemen geklommen en gehakt en worden
de nieuw gevonden ingrediënten naar het kamp gesleept. Kaylee
springt blij op en neer. "Nu komen we ergens. Het gaat ons lukken!
We hoeven er nog maar één! Gewas dat heelt na een ongeval".
"Laten we nog even brainstormen", stelt John voor. "Je
hebt een ongeluk. Wat doe je dan? Er komt een ambulanceshuttle, je
gaat naar het ziekenhuis, daar maken ze je beter met medicijnen, penicilline,
bloed, plasma, aspi-" "GIPS!" roept Kirk van een afstandje,
enthousiast naar witte bloemen boven hem wijzend. "Gipskruid!!!"
John, Faith en Kaylee snellen op Kirk toe.
"Hoog", Kaylee tuurt naar boven.
"Laat mij maar even", John duwt haar opzij en klimt snel
langs de tak naar boven, om kort daarna met een schreeuw naar beneden
te vallen. "Een luis, en hij beet", kermt hij en zuigt op
zijn arm.
"Baby", snuift Faith en klimt vlug naar boven, gooit wat
takken naar beneden en glijdt behendig weer terug.
Als
ze met alle ingrediënten om zich heen zitten vraagt Kirk "en
wat nu? Er stond geen recept in dat raadsel he?"
"Laten we er maar thee van maken", stelt Faith voor. "Dat
zag ik Willow ook altijd doen."
Kaylee kijkt somber omhoog naar de reusachtige kookpot boven het gigantische
vuur. "Maar hoe komen we bij de kookpot en hoe krijgen we die
ingrediënten er in en hoe voorkomen we dat we er invallen en
hoe krijgen we die thee er weer uit en wa-". John legt sussend
een hand over haar mond en lacht geheimzinnig. "Wacht hier, ik
ben zo terug." En hij spurt weg. Even later komt John met een
glunderend gezicht terug. Een vingerhoed achter zich aan slepend.
"Dat vingerhoedskruid zag ik daarnet al, maar realiseerde me
toen nog niet dat die nog nuttig kon zijn", legt hij uit. Faith
en Kirk slaan hem enthousiast op de rug en Kaylee plant een stevige
zoen op zijn wang.
Snel
legt het viertal een vuurtje aan en de thee met de ingrediënten
is kort daarna klaar. Als het wat is afgekoeld maakt Faith een kommetje
van haar handen en houdt ze in de thee. "Zal ik maar eerst",
vraagt ze stoer. De anderen volgen haar en ze gaan zitten en ze wachten.
"Ik ben benieuwd of het werkt en of we weer in slaap gaan v-",
maar Kaylee kan haar zin niet afmaken. Langzaam beginnen ze alle vier
te groeien. "Woooohoooo dit is gaaaaaaaaaf", roepen ze uit.
"Wheeeeeee". Terwijl ze langzaam maar gestaag de lucht in
stijgen kijken ze lachend naar elkaar en hun omgeving die alsmaar
verandert totdat alles weer in normale proporties is. "Yaaaay
wat een gave rit was dat!" jubelt Kaylee en de anderen knikken
enthousiast.
Hoewel
ze nog steeds honger hebben wil het team geen tijd meer verliezen
en ze besluiten koers te zetten naar Voordewind.
Ondanks de enerverende uren die ze achter de rug hebben, weten ze
er toch een flink tempo in te houden en aan het eind van de dag zijn
ze meer opgeschoten dan ze enkele uren eerder hadden durven hopen.
****
Ondertussen
bij Team Water...
"Als
ik even mag onderbreken..." klinkt opeens een bekende stem. Team
Water draait zich geschrokken om.
"Hallo", zegt Tom met een pijnlijke glimlach. "Ik vind
het heel vervelend, maar..."
"Ik ben eruit gestemd", concludeert George.
Tom knikt. "Het spijt me, ik vind het echt vreselijk om alsmaar
weer iemand weg te moeten halen bij jullie."
"En ik vind het te gek voor woorden", briest Aeryn. "Er
blijft geen team over!" "Misschien kunnen Aeryn en ik meteen
mee naar Risa", suggereert Odo. "Dat scheelt je deze week
twee vluchten."
"Mensen, rustig nou", sust Tom. "Het zijn nou eenmaal
de regels van het spel..."
"De *veranderde* regels sinds de vorige keer", merkt Odo
op. George legt een hand op zijn schouder. "Laat maar joh."
Ze wendt zich tot Aeryn. "Boos worden heeft geen zin, doen jullie
nou maar gewoon verder je best om Voordewind te halen." Dan barst
ze in snikken uit en omhelst Aeryn, die ook met tranen in haar ogen
staat. "Doe de anderen de groeten op Risa", zegt Aeryn.
"En maak je geen zorgen over ons", voegt Odo toe terwijl
ook hij George omhelst.
"Dag", fluistert George, en loopt dan gedwee mee met Tom
naar de shuttle.
|