|

Klik
hier om te zien waar Team Water zich nu bevindt!
|
Het
weer zit niet echt mee vandaag. Terwijl de de overgebleven vijf
leden van Team Water het kamp opbreken begint het zachtjes te
miezeren.
George heeft wat moeite om al haar spullen weer in haar rugzak te
krijgen,
en vraagt zich luidkeels af waarom zij zo nodig dat domme blanco Boek
moet
meezeulen.
"Geef maar hier", zegt
Starbuck goedmoedig. George wil het aangeven,
maar het valt uit haar handen open op de grond. Starbuck buigt zich om
het
op te rapen.
"Da's vreemd", mompelt hij
terwijl hij het Boek oppakt. Hij bladert er
even in en houdt het George onder haar neus. "Zie jij iets?"
"Ja, lege pagina's",
antwoordt George.
"Het leek echt even alsof er
woorden stonden", peinst Starbuck. Dan
haalt hij zijn schouders op en stopt het Boek in zijn rugzak.
"Nou ja, ik
zal het wel verkeerd hebben gezien."
Zonder op Starbucks opmerking te
reageren gaat George mopperend ver der
met het inpakken van haar rugzak. Als het plotseling harder begint te regenen stoot Starbuck haar aan.
"Wat doet zij nou?" Hij wijst
naar Aeryn, die een eindje verderop met
haar mond open regen staat te happen.
"Gek geworden?" suggereert
George.
Op dat moment kijkt Aeryn stralend hun
richting uit. "Het heet regen
he? Ik vind het zo leuk! Water, zomaar uit de lucht!"
"Ja, die is gek geworden",
grijnst Starbuck.
Even later vervolgt team Water de reis.
Het blijft stortregenen, en
alleen Aeryn lijkt daar met volle teugen van te genieten.
"Marcus, vandaag mag je zingen van
me!" lacht ze.
Marcus schudt zijn hoofd, waarbij zijn
drijfnatte haar in zijn gezicht
slaat.
"Ik ben niet in de stemming, Aeryn."
Naast hem gooit Odo al lopend het
regenwater uit zijn emmertje.
"Van
iemand die Sun heet zou je die euforie over een hoosbui niet
verwachten."
Hij wil nog meer zeggen, maar sluit zijn mond weer als er opeens een
lange
rij kleine knaagdierachtige beestjes het pad oversteekt. Ze lopen kop
aan
staart en maken toeterende geluidjes. Even is iedereen de regen
vergeten en
staren ze allemaal glimlachend naar het tafereeltje.
"Ze zijn leuk! Wat zijn het?"
vraagt George boven het getoeter van de diertjes uit.
"Spitsmuizen", weet Marcus.
"Ze schijnen dagelijks rond een vaste tijd
massaal van de ene naar de andere plek te lopen." Als de muizen
allemaal
overgestoken zijn loopt het hele team iets vrolijker verder, maar na
een
half uurtje staan de gezichten behalve dat van Aeryn weer op zwaar
weer.
"Mijn jas lekt door", klaagt
George.
"Wil je de mijne lenen?"
Aeryn trekt de regencape al uit. "Ik moest
hem meenemen van John, maar ik zie er eigenlijk het nut niet van
in."
"Weet je het zeker?" vraagt
George aarzelend. "Je raakt doorweekt zonder jas, dalijk vat je nog kou en word je ziek."
"Wat een vreemde Aardse uitdrukking",
lacht Aeryn. "Kou vatten." Ze
schudt haar druipnatte haar naar achteren. "Ik denk niet dat Sebaceans dat
kunnen."
"Ik vind het ook niet verstandig,
Aeryn", zegt Marcus, en wendt zich
dan tot Odo. "Kan jij je niet veranderen in een grote
paraplu?"
Odo schudt zijn hoofd. "Niet lang
genoeg om het enig nut te laten
hebben."
Naarmate de uren verstrijken wordt het
team natter en natter, en als
het halverwege de dag nog steeds niet ophoudt met stortregenen raakt
zelfs
Aeryn iets van haar eerdere vrolijkheid kwijt. Maar dan wijst Odo naar
rechts. Met opluchting in zijn stem zegt hij: "Kijk, een
grot!"
"Oh goed, daar kunnen we
schuilen!" zegt George.
"Dat kan ook", beseft Odo hardop.
"Als het een geschikte grot is, en
het blijft regenen, denk ik zelfs
dat we er moeten overnachten", stelt Starbuck.
"Goed idee", vindt Marcus.
"Maar-" begint Aeryn, en
niest dan drie keer achter elkaar.
"Niks maar", zegt Starbuck.
"We kappen ermee voor vandaag voor we
allemaal een longontsteking oplopen."
Aeryn niest nog een keer, trekt dan
opeens haar wapen en rukt met haar
andere hand George beschermend achter zich.
"Wat? Wat is er?" roept
George als ook Starbuck met zijn wapen in de
aanslag blijkt te staan en Marcus zijn vechtstok tevoorschijn haalt.
En dan
ziet zij het ook. Een afzichtelijk monster komt langzaam uit de grot
gekropen. Maar het monster lijkt nog erger te schrikken van Team Water
dan
Team Water van hem.
"Dag! Dag!" krijst het
monster, rent dan de grot uit en verdwijnt in
het bos. De teamleden kijken elkaar verbaasd aan, en lopen dan
voorzichtig
de grot in, Aeryn en Starbuck voorop. Daar wacht hen de volgende verrassing:
een woest uitziende man gehuld in een dierenvel zit boven een vuurtje worstjes te
roosteren.
"Kom binnen en neem een
worstje!" roept hij joviaal. Hij wijst op de
wapens die op hem gericht zijn. "En doe die dingen weg!"
"Q", zegt Odo, en de andere
teamleden kijken hem aan.
"Jij kent hem?" vraagt Aeryn.
Ze pauzeert even voor een hoestbui. "Is
hij te vertrouwen?"
"Nee", antwoordt Odo,
"maar die worstjes kunnen jullie waarschijnlijk wel eten."
"Odo toch", vermaant Q hem.
"Ik ben hier alleen maar voor de gezelligheid, voor de couleur
locale. Maar die baard kriebelt." Met een knip met zijn vingers
verandert zijn outfit opeens in het gebruikelijke kapiteinsuniform.
"Ah, dat is comfortabeler. Neem toch een worstje!"
Een beetje confuus leggen de deelnemers
hun rugzakken neer, trekken wat
natte kleren uit. George, Marcus en Starbuck proberen aarzelend een geroosterd worstje.
Aeryn heeft geen honger. Met haar slaapzak om zich heen gaat ze in een
hoekje van de grot zitten, ver van het vuur vandaan.
"Toch kou gevat", constateert
Q. "Maar als jullie me willen excuseren,
ik moet er vandoor om een confrontatie met De Organisatie te
ontlopen."
"Een confrontatie met De
Organisatie?" vraagt George verbaasd terwijl
Q verdwijnt. Op dat moment komt Tom Paris de grot binnenlopen.
Starbuck vloekt met een mondvol worst.
Dan slikt hij en zegt: "Ik ben
er uitgestemd."
"Nog niet", stelt Tom hem
gerust. "Ik kom voor Aeryn." Hij knielt
naast Aeryn neer en beweegt zijn tricorder over haar heen.
"Ik mankeer niks", hoest
Aeryn. "Ik heb alleen een kou vastgepakt."
"Je hebt een aards
verkoudheidsvirus opgelopen", corrigeert Tom. "En
normaal gesproken kom ik echt niet langs bij een verkoudheid, maar het
is
niet de bedoeling dat er doden vallen. Als je hoge koorts krijgt is
Survivor
afgelopen voor je." Hij duwt een hypospray tegen Aeryns nek en
wendt zich
dan tot George. "Ik heb haar een voor Sebaceans geschikte
virusremmer
gegeven, en dat moet ze de komende dagen blijven gebruiken. Wil jij
daarvoor
zorgen?"
George knikt met een ernstig gezicht,
en Tom draait zich om naar de
mannen.
"Ik verwacht dat ze morgenochtend fit genoeg is om verder te gaan. Maar
hou haar wel goed in de gaten."
Als Tom afscheid heeft genomen
installeert het team zich in de grot.
Slaapzakken worden uitgerold en natte kleren opgehangen.
"Verrek", zegt Starbuck
opeens. Hij houdt het Boek omhoog. "Het is
natgeregend, en kijk nou eens, er staat iets op deze pagina! Iets
onleesbaars, maar er staat wel iets!" Odo, George en Marcus
werpen een blik
op de tekens in het boek.
"Wat dat nou voor moet stellen, ik
heb echt geen idee", zegt George.
Ook Odo schudt vertwijfeld zijn hoofd, en Marcus zegt: "Het zijn
wel
woorden, denk ik." Hij wijst op een van de tekens. "Dat
rondje met dat
streepje, als dat een letter is-"
"Laat mij eens zien." Aeryns
stem klinkt vermoeid, maar als de anderen
op haar toe lopen blijkt ze er al wat beter uit te zien. Ze gaat
rechtop
zitten en pakt het boek aan van Starbuck.
"Het is Sebacean", zegt ze.
"Krom Sebacean vol spelfouten. Er staat
'Mijd in de volgende totziens het boeket na een part rechtsomkeert."
"Nou", zegt George.
"Daar hebben we wat aan zeg."
* * *
|