|
Klik
hier om te zien waar de teams zich nu bevinden
|
"Misschien helpt dit tegen de pijn", lacht Caleb, en plant
de scalpel in Crichtons dij. Crichton geeft een brul, Fred gilt en krabbelt
overeind. Caleb pakt haar bij een enkel en trekt
haar weer tegen de grond.
"Waar wilde jij heengaan?, informeert hij. Fred
deinst met een van angst vertrokken gezicht
achteruit. "Nou? Ben je je tong kwijt? Vertel me niet dat
iemand me voor is geweest! Nou?"
"Nergens", stamelt Fred, en Caleb gooit haar grinnikend een
eind weg en kijkt dan tevreden naar Johns bloedende been.
"Er gaat toch maar niets boven lijfstraffen om zondaars te
zuiveren!" roept hij vrolijk uit. "Vinden jullie ook
niet?"
"Ik leid hem af, jij vlucht met de meisjes op Serenity",
fluistert Picard tegen Mal.
Mal blijft Caleb in het oog houden, en sist terug: "Ik kan niet
rijden met een gebroken schouder. Jij redt de dames en haalt hulp, ik
leid hem af."
"We hebben toch geen onderonsjes he?" vraagt Caleb dan
terwijl hij zich naar Mal en Picard draait.
Mal staat op. "Ik zei dat mijn haar toch wel aanzienlijk beter zit dan dat van
jou", zegt hij ernstig. "Gebruik je wel een goeie
conditioner?" Langzaam loopt hij achteruit, en Caleb haalt
verveeld zijn schouders op. "Kon je niks gevatters verzinnen? En
waar ga je heen? Wou je je
vrienden soms in de steek laten?"
"Bu ceng la nan ren, Serenity" 1) zegt Mal kalm.
Achter Calebs rug worden wat blikken gewisseld als het meesmuildier
een paar stappen in Picards richting zet.
"Hij spreekt in tongen!" roept Caleb verrukt uit terwijl hij naar
Mal toeloopt. "Als dat niet vraagt om een grondig exorcisme, wat dan wel?"
Mal opent zijn mond om te reageren, maar Caleb kijkt plotseling met een grauw om
naar Picard, die
inmiddels op Serenity's rug zit. Serenity springt naar voren, en met
een voor een man van zijn leeftijd verbazingwekkende soepelheid bukt
Picard zich in volle galop over de schouder van het dier om eerst
Fred, dan Willow op het meesmuildier te helpen. Dan snijdt Caleb de
aanstormende Serenity de pas af. Aeryn neemt een aanloop en springt op
Calebs nek, die haar wegslaat als een lastige vlieg. In de fractie van
een seconde die dat kost, zet Serenity zich af en suist over Caleb
heen richting de boomtoppen.
"Daar ben ik niet blij mee", zegt Caleb met een ijskoude
blik tegen
Aeryn, die moeizaam overeind komt. "Ik denk dat je daarvoor zal
moeten branden in de hel, overspelige."
Op dat moment gaat Faith in de aanval, en Caleb plukt haar met een
geërgerde blik uit de lucht, en slaat haar hoofd dan met een
misselijkmakende klap tegen een boomstronk. Hij kijkt op de kreunende
Faith neer. "Zullen we er meteen maar een eind aan maken,
slayer?"
"Oh kom op Caleb!" roept John, bezorgd naar Aeryn kijkend. "Hoe langer het duurt hoe
leuker het is, toch?"
Caleb
twijfelt even en lacht dan. "Okee. We doen een spelletje."
Faith aan een voet achter zich aanslepend loopt hij terug naar de
anderen. "Zolang jullie me nog enigzins interesseren, blijven jullie
leven." Hij laat Faith vallen en geeft John een speelse trap tegen zijn gebroken
been. John schreeuwt het uit. Caleb haalt zijn mes weer tevoorschijn
en loopt op Mal af. "Wat vind je
ervan, broeder?"
Mal knikt quasi-opgewekt. "Ik ben dol op spelletjes. Zijn er ook
troostprijzen?"
* * *
De rest van team Vuur vliegt ondertussen hoog boven het bos, op zoek
naar iets wat op beschaving lijkt. Fred probeert onophoudelijk contact te krijgen met De Organisatie,
maar de comm badges werken nog steeds niet.
"Ze redden het wel he?", vraagt Willow, terwijl ze met een
ongeruste blik in de verte tuurt. "Ze zullen het toch wel
volhouden tot we hulp
hebben gevonden?"
"Misschien wel", beaamt Picard met een verbeten gezicht.
Fred veegt even over haar ogen, slikt, en zegt dan voor de zoveelste
keer: "Team Vuur voor De Organisatie. Dit is een
noodoproep!"
* * *
Mal produceert een pijnlijke
grijns. "Maar vertel eens, Caleb, wat is nou je zwakke plek?"
Hij zit samen met de anderen vastgebonden rond een dikke boom en
probeert iets te gaan verzitten om John wat meer ruimte te geven voor
zijn gehavende been. Door de beweging valt Faiths hoofd tegen zijn
schouder aan. Mal vloekt binnensmonds.
"Sorry", mompelt Faith, en zakt de andere kant op tegen
Aeryn, een spoor van bloed achterlatend op Mals schouder en op de
boom.
"Wakker blijven", fluistert Aeryn tegen Faiths voorhoofd. Er
trekt een vermoeid lachje over Faiths gezicht. "Tuurlijk. Ik wil
hier geen seconde van missen."
Caleb schudt lachend zijn hoofd terwijl hij zijn mes lichtjes over
Mals keel naar beneden laat glijden. "Alleen sterfelijke zondaars
hebben zwakke plekken. En als ik me niet vergis zag ik die van jou
vanochtend aan een tak bungelen. Ik had echt bewondering voor de perfecte
details, de bloedspetters op de grond, de uitdrukking op zijn gezicht,
de afdrukken van zijn nagels in zijn handpalmen. Je hebt een rijke
fantasie, Captain Reynolds, als je zoiets bij elkaar kan dromen. Die
fantasie moet je koesteren."
"Ik koester al mijn zegeningen", zegt Mal uitdrukkingloos,
terwijl Calebs mes kleine druppels bloed achterlaat op zijn borst.
"Maar vertel op!", zegt John dan. "Iedere slechterik heeft een zwakke plek, wat is de jouwe?
Knoflook? Het Eurovisie Songfestival? Kryptoniet?"
"Ik
heb geen zwakke plekken", antwoordt Caleb terwijl hij het
mes diep in Mals buik steekt, die schreeuwend dubbel klapt. Caleb
haalt zijn mes terug en kijkt tevreden naar het druipende lemmet. "Ik heb het
misschien niet
zo op eenhoorns met jonge maagden erop..." Hij barst in lachen
uit. "... maar jullie maakten weinig kans met een gemuteerd muildier en
een record aan vleselijke zonden!"
"Mijn moeder waarschuwde me al voor seks voor het huwelijk",
weet Mal uit te brengen terwijl hij zijn goede hand naar zijn buik
probeert te brengen om het bloeden te stelpen. "Maar ik heb nog nooit seks gehad met mijn
wettige echtgenote, telt dat ook?"
* * *
"Oh kijk, mensen!" roept Fred op dat moment verrast, en
wijst op een groepje mensen beneden hen op het pad.
Picard weet Serenity met wat moeite tot landen te overreden, en even
later rent Willow opgetogen vooruit. "Mevrouw!" roept ze, en
blijft dan abrupt staan als ze het uitgezakte lichaam en het afgeleefde
gezicht van de vrouw ziet, die een stuk of zes luidruchtige kinderen in toom
probeert te houden.
"Laat maar", zegt Willow teleurgesteld.
"Ik zie het", zegt Picard met een blik op de jengelende
kinderschare en het afgematte, vaag bekende gelaat van de vrouw. Ook
Fred knikt zuchtend. "Aeryns nachtmerrie."
"Het is misschien maar goed dat John dit niet gezien heeft", zegt Picard.
Ze
zijn amper weer in de lucht, of Serenity duikt opgewonden fluitend
naar beneden. Picard vloekt en wijst naar beneden. In iets wat op
drijfzand lijkt staat een klein figuurtje paniekerig te roepen en met haar armen
te zwaaien.
"Het is Kaylee!" zegt Fred verbijsterd, zich stevig
vastklampend aan Willow om niet van de meesmuildierrug af te
glijden.
"Ik denk dat Serenity hierover gedroomd heeft", zegt
Willow.
"Serenity, nee!" roept Picard, maar het meesmuildier maakt
een paar honderd meter verder een struikelende noodlanding, schudt het drietal van zijn rug en
stuift terug naar de plek waar hij Kaylee heeft gezien.
Picard komt met een kreun overeind. Het stof van zijn gezicht vegend staart
hij even vertwijfeld in de richting waarin Serenity is verdwenen. "Opschieten",
beveelt hij dan. "We moeten hem te pakken krijgen voor dat domme
beest het drijfzand in stapt."
"Ik kom al", zegt Willow, en baant zich een weg uit de
struiken waar Serenity haar in heeft gedeponeerd.
"Ik niet", kreunt Fred, en gaat met een wanhopige zucht weer
zitten.
"Een gebroken enkel", concludeert Picard somber.
"Gaan jullie nou maar verder!" zegt Fred met tranen in haar
ogen. "Ik wacht hier wel. Ga nou!"
"Oh verrek!" roept Willow dan uit en slaat lachend haar hand
voor haar mond. "Er was nog iets, ik had nog iets gedroomd! Er
was een... hoeheetzoiets nou ook weer?"
Picard grijpt haar bij haar arm. "WAT DAN?"
"Een deus ex machina bedoelt ze, Jean-Luc!" klinkt een bekende
stem.
Picard hapt naar adem en draait zich om. Er vliegt een brede glimlach over zijn
gezicht als hij Q aan ziet komen lopen met een bemodderde Serenity aan zijn
hand. "Q! Ik had nooit verwacht dat het zo goed zou kunnen zijn om jou
te zien!" zegt hij, en slaat Q vriendschappelijk op de schouder.
"Je moet de anderen gaan halen!" zegt Willow terwijl ze Q bj
zijn mouw pakt.
Fred knikt opgewonden. "En schiet alsjeblieft op voor hij ze
vermoordt!
"Vermoorden, vermoorden, nou, dit is Survivor, daar worden geen mensen in
vermoord, hoor", sust Q. "Maar ik ben blij dat ik jullie gevonden heb. De Organisate
is werkelijk in alle staten. En-"
"Q!" buldert Picard. "Ga de anderen redden!
NU!"
* * *
"Jullie beginnen me te vervelen", klaagt Caleb intussen terwijl hij met
zijn mes boter, kaas en eieren speelt op Aeryns dijbeen. Ze heeft haar
ogen stijf dicht en haar kaken op elkaar geklemd. Faith hangt
bewusteloos tegen haar aan. Aan haar andere kant komt John weer bij
kennis en veegt versuft zijn bloedende gezicht af aan zijn
schouder.
"Sorry", mompelt Mal dan verward. "Het is dat verdomde bloedverlies
he, dat komt de conversatie niet ten goede."
"Laten we er maar mee stoppen", vindt Caleb, trekt
Aeryns hoofd naar zich toe en buigt het dan langzaam achterover. "Het geeft zo'n leuk
knakje als je nek breekt", zegt hij opgewekt. "Goed
luisteren, Officer Sun, het is het laatste geluid dat je zal horen."
"Nee, nee, zo maak je haar stuk!" zegt Q vermanend terwijl
hij Caleb bij Aeryn vandaan trekt. "Sebeceans zijn niet zo
stevig!"
Verbaasd kijkt Caleb naar de man in het Starfleet-uniform. "En
jij bent?"
Q werpt hem een charmante glimlach toe. "Q. Vriend en vertrouweling
van de Survivors, omnipotente assistent van De Organisatie. Maar je
mag me ook gewoon Q noemen. Of God."
Caleb lacht minachtend. "Het wordt tijd dat ze
die titel wettelijk gaan beschermen. Iedereen kan zich tegenwoordig
zomaar God noemen, zonder opleiding, zonder kwalificaties, het is
verschrikkelijk."
"Oh maar dat ben ik met je eens", zegt Q ernstig. "Als
je ziet wat-"
"Q!" kreunt Aeryn. "Doe iets!"
"O ja", herinnert Q zich. "Ik kwam om jullie te halen. De
Organisatie was jullie kwijt. Jullie zijn van de kaart afgewandeld,
zogezegd. De dames zijn doodongerust, en ze geven Tom de schuld. Maar
gelukkig was ik in de buurt. De anderen heb ik ook al gevonden, ze
zijn er vreselijk aan toe, zelfs Jean-Luc is gewond!"
"Q!" brult John. "We liggen hier dood te bloeden!"
"Oh, goed dan", zegt Q en knipt met zijn vingers. Caleb
verdwijnt met een verschrikte blik op zijn gezicht, en de vier
teamleden bevinden
zich plotseling op een bio-bed in de shuttle van De Organisatie, waar Tom
met een team artsen klaar staat om de deelnemers op te lappen.
* * *
Het is al laat in de avond als team Vuur herenigd is op een vriendelijk
ogende meesmuildierfokkerij aan de rand van het bos. Deze nacht zijn er
echte bedden, warme baden en voedzaam eten om de deelnemers wat op te
peppen na de afgrijselijke ervaringen van vandaag. Alleen voor Picard
niet. Tom staat op beleefde afstand te wachten terwijl hij afscheid
neemt van de overige leden van Team Vuur.
"Dag meiskes", zegt Picard schor met Fred en Willow tegen
zijn borst gedrukt. "Heel veel succes nog samen."
"Jean-Luc, my man!" roept John joviaal als Picard de twee
dames voorzichtig van zich afduwt. Picard grijpt Crichtons
uitgestoken hand, trekt John dan naar zich toe en omhelst hem.
"We zien je weer op Risa", zegt John terwijl Picard hem op
zijn rug klopt.
"Doe je best, John", beveelt Picard. Hij kijkt Crichton nog
even aan, geeft hem nog een klop op de schouder en wendt zich tot
Aeryn.
"Het was een eer", zegt Picard glimlachend als hij met twee
handen Aeryns handen in de zijne neemt.
Aeryn lacht terug, en omhelst Picard dan wat onhandig.
"Tot op Risa", zegt ze, en Picard knikt, draait zich dan om
naar Mal, die grijnzend zijn beurt af staat te wachten. Even is er van
beide kanten wat aarzeling, maar dan geven ze elkaar een stevige
hand.
"Tot ziens, Sir", knikt Mal.
"Succes, Captain", antwoordt Picard, en loopt zonder om te
kijken naar de shuttle.
1) "Loop langzaam naar de kale man, Serenity"
|