|
|
Na het avontuur met de sprookjesfiguren en het afscheid van Kaylee is
Team Vuur inmiddels nog dieper doorgedrongen in het Enge Bos. Door de
hoge bomen zijn de smalle kronkelpaadjes vaak in het halfduister
gehuld, en het tempo ligt de laatste dagen laag.
"Ik zal blij zijn als we weer open vlakte zien", huivert
Fred terwijl ze haar rugzak inpakt. "Ik ben vannacht geloof ik wel tien
keer wakker geworden, en tussendoor had ik de raarste dromen."
"Ik denk dat we allemaal slecht geslapen hebben", zegt
Aeryn. "Ik schrok ook een paar keer wakker van een vreemd geluid,
en ik had een nachtmerrie."
"Ik heb vreselijk gedroomd", laat Willow weten. Haar ogen
zijn dof en haar handen trillen als ze haar slaapzak in haar rugzak
propt. "Ik ben gelukkig de helft weer vergeten, maar het was de
engste droom die ik ooit gehad heb."
"Het is dit bos", zegt Mal. "Het is een fout bos en het
bezorgt je foute dromen." Hij klopt Serenity, die hij sinds
Kaylees vertrek onder zijn hoede heeft genomen, geruststellend op zijn
nek. "Zelfs hij lag te trappen in zijn slaap."
Als ze even later weer op pad zijn klinkt er een laag gegrom uit de
bomen. Serenity fluit nerveus, en Mal heeft moeite het dier in toom te
houden.
"Kijk", wijst Faith. "Het is die wervelwindhond daar
die gromt. Wat een grote zeg."
"Oh mijn God", schrikt Willow. "Daar heb ik
over gedroomd. Het is geen wervelwindhond."
"Hondekop en vogellijf, check", zegt Faith. "Wat zou
het anders moeten zijn?"
Op dat moment vliegt het dier op met een geluid als een donderslag.
Dan scheert het laag over de hoofden van de deelnemers, en
tegelijkertijd vallen er enorme hagelstenen uit de
lucht.
"Wat de frell!" vloekt John als een hagelsteen langs zijn
hoofd suist. Naast hem slaakt Picard een kreet en valt. Serenity fluit
hysterisch. Fred gilt.
"Het is een slechtweerwolf!" roept Willow paniekerig. "Ik heb
erover gedroomd en mijn spreuken werkten niet!" Opnieuw scheert
het dier over hun hoofden, een hoosbui in zijn kielzog.
Willow heeft zich op de grond laten vallen met haar armen beschermend
over haar hoofd. "Nou komt de bliksem," mompelt ze. Alsof ze
zich plotseling iets herinnert richt ze zich weer op, en schreeuwt. "Mal!
Ga bij Serenity vandaan! Ga in Godsnaam bij Serenity vandaan!"
Haar laatste woorden gaan verloren als een enorme donderklap klinkt,
slechts een fractie van een seconde nadat de bliksem inslaat in een
van de bomen naast het pad. De boom staat meteen in lichterlaaie.
Aeryn weet nog net een vallende brandende tak te ontwijken, die
vervolgens langs
Serenity's flank schampt. Het meesmuildier steigert, wild met zijn
voorbenen slaand, en raakt dan met een voet verward in een van de banden
van Mals rugzak.
"Bi zui, ge ge!",1) probeert Mal Serenity te sussen, terwijl hij
vergeefse pogingen doet zijn rugzak af te doen, maar het dier trekt
hem panisch van angst aan de rugzak naar achteren. Opnieuw wordt een
boom getroffen door de bliksem, Serenity draait zich steigerend om en
rent terug over het pad, Mal met zich meeslepend. Weer klinkt een
knal, maar dit keer is het Aeryns wapen. De weerwolf valt levenloos
voor haar voeten neer, en het onweer is net zo plotseling verdwenen
als het verscheen.
"Goed schot", zegt Crichton.
"Ik had eerder moeten schieten", zegt Aeryn terwijl ze naast
Picard neerknielt die een flinke hoofdwond blijkt te hebben.
"Ik ga Mal zoeken", zegt John. "Faith, neem contact op met De
Organisatie. Mal zal er ook niet best aan toe zijn."
Crichton loopt een flink stuk terug, maar Serenity en Mal lijken
spoorloos verdwenen. Plotseling hoort hij achter zich het geluid van
voetstappen.
Met een ruk draait hij zich om.
"Mal! Man, ik schrik me gek!" Dan bekijkt hij met gefronste
wenkbrauwen Mals uiterlijk. "Ben je niet gewond? En wat heb je in
vredesnaam voor hallelujakleren aan?"
"Ik denk dat je je vergist, John Crichton", zegt Caleb
ernstig. "Die
goddeloze cowboy ligt een eindje verderop te sterven. En jij sterft
hier."
John grijpt verbijsterd naar zijn wapen, maar Caleb trekt het schijnbaar
moeiteloos uit Johns hand. "Schieten is zo... zo *afstandelijk*, John", zegt
hij vriendelijk, terwijl hij Winona in de struiken gooit. Crichton haalt uit met zijn vuist, maar Caleb vangt de
klap rustig met een hand op, en duwt John vervolgens metersver weg, tot hij met een doffe klap tegen een boom terecht komt.
"Wie ben jij?" hijgt John, en probeert overeind te komen,
maar valt met een schreeuw weer terug terwijl hij naar zijn been
grijpt.
Caleb loopt opgewekt op hem af.
"Zie mij maar als de toorn van
de rechtschapen nksf-lezers", verklaart hij terwijl hij een mes
tevoorschijn haalt en liefkozend met een vinger over het lemmet
streelt. "Jullie zijn stuk voor stuk verdorven, en ik denk dat ik
die verdorvenheid er maar eens netjes uit ga snijden."
"Hij was mijn nachtmerrie vannacht", klinkt een vlakke
stem, en Faith stapt tussen de struiken vandaan en gaat tussen John en Caleb in staan.
"Halleluja!" roept Caleb. "Een slayer! Weliswaar niet
de enige echte, maar Onze Lieve Heer maakt geen onderscheid, dus ik
ook maar niet." Hij grijpt Faith bij een voet als ze op hem
afspringt en smijt haar een eind weg. Opnieuw valt Faith aan, en
opnieuw belandt ze in de struiken. Naar adem happend blijft
ze even liggen, en zet dan weer de aanval in.
Een schot klinkt, en Caleb kijkt verbaasd om. Mal staat een paar meter achter Caleb, gehavend en bebloed en met zijn revolver in de aanslag.
"Nog niet dood?" vraagt Caleb verrast, terwijl hij Faith
achteloos wegmept en op Mal afloopt. Mal vuurt
nogmaals, en nog een keer, maar Caleb loopt onverstoorbaar door en
grijpt Mal dan bij de schouders.
"Broeder", zegt hij glimlachend, en laat zijn hand over Mals
linkerschouder glijden. "Ook gevochten met de slayer,
he?"
"Alleen een vriendschappelijk knokpartijtje", zegt Mal en
kreunt dan luid als
Caleb wat kracht zet en zijn sleutelbeen opnieuw breekt.
"Zij deed het heel wat eleganter", hijgt Mal. "Maar ze is
dan ook een survivor, terwijl jij volgens goed ingelichte bronnen morsdood bent."
"Niet zo dood als jij zo dadelijk", zegt Caleb meewarig. Hij
geeft een rukje
aan Mals linkerarm. Mal gilt het uit, en mompelt dan klappertandend
van de pijn: "Jij mag dan sterker zijn, ik ben echt wel de knapste
van ons tweeën."
Caleb haalt glimlachend zijn mes tevoorschijn. "Niet voor lang
meer, zondaar."
Als Caleb Mal met een hand bij zijn haar grijpt en hem hardhandig op
zijn knieën dwingt stormt Faith opnieuw naar voren.
Voor ze de twee kan bereiken verschijnen er echter twee half-menselijke, half-mechanische
figuren. Ze lopen op Caleb af,
die verbaasd opkijkt.
"Wij zijn De Borg", zegt de een, terwijl de ander een hand
uitsteekt en tegen Calebs nek houdt. Caleb schreeuwt, en verdwijnt dan
plotseling. De Borg draaien zich om naar Mal, die strompelend weg
probeert te komen.
"Wij zijn de Borg. Wij zullen u assimi-" De mechanisch
klinkende stem wordt abrupt afgebroken door een salvo uit Aeryns pulse
pistool. Wanneer de twee Borg als een hoopje oud roest op de grond
liggen wendt ze zich tot Picard, die naast haar staat met een verband
om zijn hoofd.
"Je had gelijk", zegt ze.
Picard knikt. "Ik had gelijk. Al onze nachtmerries worden
werkelijkheid."
* * *
"Okee, dus de weerwolf kwam uit Willows droom, Mal die door
Serenity werd meegesleept ook. Faith had over Caleb gedroomd, en
Picard over de Borg",
stelt Crichton vast terwijl hij met een van pijn vertrokken gezicht
zijn gebroken en met een boomtak gespalkte been wat verlegt.
Team Vuur zit in een
kleine kring op de grond. Aeryn heeft Johns geliefde Winona weer
gevonden, en Serenity kwam even geleden zelf weer
terug lopen naar het team. Het meesmuildier ligt nog wat nahijgend dicht tegen Mal aan,
wiens linkerarm provisorisch tegen zijn bovenlichaam is gebonden.
Crichton gaat verder met zijn samenvatting. "We kunnen De
Organisatie niet bereiken, comm badges werken niet, ..."
"... kompas werkt niet, de helft van de apparaten uit de medkit
werkt niet,", vult Aeryn aan.
"En mijn spreuken werken niet", zegt Willow zacht.
John knikt zuchtend. "Plus het zit er dik in dat we ook met de
overige nachtmerries te maken krijgen. Dus de vraag is, waar heeft de rest
over gedroomd?"
"Over Mulder", zegt Mal met een strakke blik.
"Okee, die krijgen we dan nog te zien, maar dat kan weinig kwaad",
concludeert John.
Mal schudt zijn hoofd. "Ik heb hem al gezien, in het bos toen ik terugliep."
Hij vermijdt de vragende blikken van de anderen en staart naar zijn
goede hand waarmee hij Serenity achter een oor aait. "Hij hing..., hij
was ge..." Mal slikt en haalt even diep adem. "Hij was dood. Ik wist dat het niet
echt was." Schijnbaar meer voor zichzelf als voor de anderen herhaalt
hij tegen Serenity:
"Het was niet echt."
Fred legt even haar hand op de zijne, Serenity's dreigende blik
negerend. "Maak je geen zorgen. Fox zit gewoon lekker op Risa bij
het zwembad."
Mal kijkt haar aan en knikt. "En wat heb jij gedroomd?"
Fred lacht een beetje verontschuldigend. "Dat de harde schijf van
mijn laptop gewist was." Haar gezicht betrekt. "En dat klopt
waarschijnlijk, maar hij start niet op, dus ik weet het niet zeker."
"Jammer, maar het kan veel erger", vindt Crichton.
"Aeryn?"
"Ik heb wel een nachtmerrie gehad", zegt Aeryn, "maar
niet over iets dat gevaarlijk kan zijn voor ons."
"Niet over je moeder? Of Scorpius?" wil John weten.
Aeryn schudt haar hoofd en herhaalt: "Niets dat gevaarlijk kan
zijn voor ons."
Het hele team kijkt op als er een shuttle verschijnt boven de bomen.
De landing gaat niet helemaal vlekkeloos door de vele begroeiing, maar
even later stapt Tom opgewekt naar buiten met een medkit in zijn hand.
Serenity vliegt overeind met zijn oren plat en fluit nerveus.
"Is er iemand weggestemd?" vraagt Fred.
Tom schudt zijn hoofd. "Nee hoor, vanmiddag pas. Ik kom omdat
jullie een noodoproep hadden gedaan." Hij gaat op zijn hurken
naast John zitten. "Nou, dat
been ziet er slecht uit."
"Maar we konden je helemaal niet bereiken", zegt Fred
verbaasd.
"Oh, ik hoorde jullie wel, maar jullie mij niet", verklaart
Tom, terwijl hij in de medkit rommelt en er een scalpel
uithaalt.
"Hee!" John grijpt Toms hand. "Ik weet niet wat je van
plan bent, maar zou je niet gewoon beginnen met iets tegen de
pijn?"
"Oh God", fluistert Willow op dat moment met grote
angstogen. "Ik weet weer wat ik nog meer heb gedroomd." Ze
staat op en doet een paar wankele passen achteruit.
"Ik droomde dat Tom langs kwam, maar het was Tom niet."
"Ooh, nu bederf je de verrassing!" lacht Tom terwijl hij
verandert in Caleb. "Leuk truukje he, geleerd van mijn vorige
baas." Hij kijkt de verbijsterde kring gezichten rond en zegt dan
quasi-verbaasd: "Jullie dachten toch
niet dat je zo makkelijk van me af kwam?"
- wordt vervolgd -
1) Rustig maar, kerel.
|