|
||
|
|
Aantrekkingskracht door Andrea! |
|
|
(Survivorfic,
Paris/Faith, Paris/Organisatie, Paris/Liam, Paris/Inara/Kaylee,
Paris/Mal, Paris/Organisatie/Starbuck/Apollo, Paris/Avon,
Paris/Mulder/Scully) "Godskleren!" riep Faith uit. "Zou je nog even voor ons naar de
eilanden kunnen gaan?" had De Organisatie gevraagd, en zo ging
het constant. "Check nog even dit, maak nog even een paar foto's
van dat, praat nog even met de autoriteiten over dit, informeer bij de
lokale bevolking over dat..." Tom begon er genoeg van te krijgen.
Van de stevige potjes heldenverering met De
Organisatie waar hij op gehoopt had was ook bijster weinig terecht
gekomen. De dames waren veel te druk met de kandidaten van 'dit' jaar,
hadden gesprekjes bij het zwembad met Picard en Wesley Crusher, gingen
uit eten met mensen die hij amper kende. Ze waren zelfs nog druk met
mensen die in de nominatieronde al waren afgevallen, maar die lekker
op kosten van De Organisatie nog wat op Risa bleven hangen. De dames
waren druk-druk-druk en leken hem soms nauwelijks meer op te merken.
Behalve als ze hem nodig hadden voor een klusje. Zoals nu. Of hij maar
even wilde nagaan of de lokale eetgelegenheden op de Bovenhandse
Eilanden zich in de regel wel hielden aan de transgalactische
warenwet, zodat de deelnemers niet massaal voedselvergiftiging op
konden lopen. Het zou hem eigenlijk een rotzorg zijn. Voor
zijn part gingen alle achttien deelnemers nog de eerste dag aan de
groene spuitpoep en eindigde Survivor 2004 voor het hele stel in een
ziekenhuisbed op Risa. Toen hij na drie uur vliegen Tisrond bereikte
deed hij desondanks plichtsgetrouw een rondje langs wat relevante
autoriteiten, bekeek rapporten van het Tisrondse Ministerie van
Volksgezondheid en bracht een bezoekje aan een aantal eethuisjes, waar
hij zijn tricorder quasi-achteloos over de uitgestalde eetwaren
zwaaide. Prima in orde. De Organisatie kon weer met een gerust hart
dromen over een vlekkeloos evenement en eeuwige roem. Het netjes klaren van het klusje stemde hem
toch wel tevreden. Na het verlaten van het laatste restaurantje op
zijn lijst, waar hij een bewezen bacterie- en virusvrije stamppot had
weggewerkt, besloot hij dan ook om nog wat te genieten van de milde
middagzon die de omgeving van het stadje Stukkietrug in een geeloranje
gloed zette. Een eindje wandelen door het naastgelegen bos bleek
inderdaad een goed idee te zijn, want Tom werd bijna vrolijk terwijl
hij het spoor van een kristalhelder beekje volgde, met onder hem de
dit keer zacht wuivende handjes van het smapgras en boven hem de bedeesde
blafjes van talloze wervelwindhondjes in de bomen. Misschien zou het allemaal ook wel meevallen,
bedacht Tom. Als over een paar dagen de weggestemde deelnemers weer
een voor een binnen zouden druppelen op Risa werd de sfeer
waarschijnlijk weer net zo als twee jaar geleden. Gezellig. En als de
boel eenmaal liep, zou er een hoop stress verdwijnen bij De
Organisatie, en allicht dat dan tenminste een van de dames weer tijd
zou hebben voor een kop goeie tomatensoep op het terras. En wie weet
had een van de deelnemers wel een echte baan voor hem, en zou hij zich
over een paar maanden niet meer de mislukkeling voelen die hij op
slechte dagen 's ochtends in de spiegel zag. Hij geloofde het niet
echt, maar het voelde stukken beter aan dan alle hoop opgeven.
Hij liep zo in gedachten verzonken dat het
even duurde voor hij het hulpgeroep herkende voor wat het was. Hulpgeroep. Van een kind. Het
klonk alsof het kind vreselijk in paniek was, dus Tom begon te rennen
in de richting waar het geluid vandaan kwam. Al hijgend vloekte hij
binnensmonds. Zijn conditie stelde helemaal niks meer voor. Gelukkig
kwam het geroep, inmiddels overgegaan in gegil, alsmaar dichterbij.
Tom rende er bijna voorbij voor hij zich realiseerde dat de noodkreten
van boven hem kwamen. Het jongetje, een kleuter nog, zat vastgeklemd
tussen de takken van een boom. Eindelijk sloot zijn vrije hand zich om de
phaser, en hij vuurde terwijl het wapen nog vast zat in zijn riem. Hij
bleef schieten, vlak voor zijn voeten in de stam van de boom. Het leek
een eeuwigheid te duren, en vreemde gedachten schoten door zijn hoofd.
Het was niet echt zijn leven dat aan hem voorbijtrok. Het waren
flarden van herinneringen, gezichten van bekende mensen, en een
mistige triestheid omdat er niemand leek te zijn die er kapot van zou
zijn als hij hier en nu het leven liet. Helemaal het verkeerde
ogenblik om dood te gaan, dacht hij verward. En die gedachte leek gek
genoeg een geschikt mantra te bieden voor als je wel bijna dood ging.
Zijn hoofd bonsde en in hetzelfde ritme bewogen zijn lippen geluidloos
mee. *Nog niet doodgaan - vuren - nog niet doodgaan - vuren - nog niet
doodgaan...* Toen hij zijn ogen opende was hij weer alleen.
Even vroeg hij zich af of hij het hele voorval niet gedroomd had, maar
er was niets onwerkelijks aan de pijn in zijn lichaam.
Hij strompelde door het bos terug naar de plek waar hij de
shuttle had achtergelaten. Hij dankte God en De Organisatie voor de
uitgebreide medische faciliteiten aan boord, bestemd voor EHBO-gevallen tijdens
Survivor. De gebroken rib was nauwelijks verschoven, dus Tom kon het
bot zelf zetten. Ook de gekneusde ribben, de schrammen en
bloeduitstortingen waren vlot genezen. Opgelucht dat hij het vreemde
avontuur zonder blijvende kleerscheuren had overleefd, en met toch
iets van nieuwsgierigheid hoe hij ontvangen zou worden op Risa begon
Tom aan de terugreis. *
* * Er leek niets veranderd. Terwijl hij door de
hotellobby richting het kantoor van De Organisatie liep zag hij alleen
Mulder naar hem grijnzen en Kaylee wierp hem een lieve lach toe. Dat was
geen van beide opmerkelijk. Mulder grijnsde wel vaker naar hem, en Kaylee
lachte altijd lief. Tom nam even de tijd om zo lief mogelijk terug te
lachen. Het ontging hem dan ook volkomen dat het gesprek van een
groepje deelnemers dat net het restaurant uit kwam
slenteren, compleet stil viel toen Tom langs liep. Even later merkte Tom nog steeds niets bijzonders
toen Dame 1 van De Organisatie afwezig glimlachend zijn rapport in
ontvangst nam. Hij wilde haar kantoor al weer uitlopen toen ze hem
terugriep en aandachtig aankeek. * * * Enigszins beduusd maar voldaan liep hij een
uurtje later richting de lift. De Tisrondse betovering werkte dus
blijkbaar wel.
Niet alleen was de interesse van de dame van De Organisatie plotseling
opgelaaid, maar de dame had, voorafgaand aan de tomatensoep, met enige
dwang de man van de roomservice haar suite uit moeten dirigeren. Er
droop zelfs wat kwijl uit de openhangende mond van de man terwijl hij
bijna apathisch naar Tom had gestaard. Bovendien waren ze op weg naar
de suite Liam Kincaid tegengekomen, die zich weliswaar beter had
kunnen beheersen dan de hotelmedewerker, maar die wel een opmerkelijk
zwoele blik in Toms richting had geworpen. Tom was niet eens erg verbaasd toen bleek dat
Liam naast de lift op hem gewacht had. Na het uitwisselen van nog meer
zwoele blikken trok Liam hem een verlaten gang in, en even later
begreep Tom volkomen waarom men de majoor in nkSF ook wel 'Liam met de
handjes' noemde. * * * Toen Tom een half uur later uit de lift wilde
stappen op weg naar zijn eigen kamer, wilde Worf net instappen. Tom
had genoeg ervaring met Klingons om de blik in Worfs ogen te
herkennen, en hij besloot dat hij vandaag overal voor in was, maar
niet voor nog meer botbreuken en kneuzingen. Hij knipoogde
verleidelijk naar de verbijsterde Worf, gaf hem een duwtje en sloot de
liftdeuren, om een verdieping lager uit te stappen. Daar liep hij
Inara en Kaylee tegen het lijf, die elkaar even later bijna in de
haren vlogen om Toms gunsten. Tom wist de boel diplomatiek te sussen,
met een verhitte theeparty in Inara's kamer tot gevolg. Na de thee ging Tom behoedzaam op weg naar
zijn eigen kamer. Zijn nieuwverworven populariteit was op zich heel bevredigend,
maar Tom was inmiddels toch wel erg moe geworden, en hij snakte naar
een bad. Toen hij het trappenhuis uit wilde lopen zonk
de moed hem even in zijn schoenen. Mal Reynolds ijsbeerde heen en weer
voor de deur van Toms hotelkamer. Tom woog even wat voors en tegens
af, en besloot toen dat hij Mal wel iets verplicht was na het
rollebollen met de helft van de vrouwelijke leden van Mals bemanning. *** Tom was amper uitgerust van het borrelen en
badderen met Mal toen zijn kamerdeur werd opengemaakt. Hij was niet
echt verbaasd toen het de andere dame van De Organisatie bleek te
zijn, met de hotelloper in haar hand en Starbuck en Apollo in haar
kielzog. Ze lachte een beetje verontschuldigend.
"Die twee hadden de loper gepikt en ik moest wel ingrijpen."
Het werd een ingrijpende en gedenkwaardige middag. Nadat Avon zich weer in zijn zwarte leer had
gehesen en beleefd afscheid had genomen, schoof Tom voor alle
zekerheid een stoel voor de deur van zijn kamer. Al die positieve
aandacht was geweldig, maar zijn lichaam begon steeds meer te protesteren
tegen het overmatige gebruik van bepaalde spieren. Toms persoonlijke
medkit bood uitkomst, en na een grondige behandeling met de dermal
regenarator voelde hij zich weer soepel genoeg voor meer actie. Na een hoognodige douchebeurt twijfelde Tom of
hij nog even de hotelbar zou bezoeken of dat hij misschien beter naar
bed kon gaan. Hij was bepaald wel toe aan een paar uur slaap, maar
zijn bed zag er na het vele gebruik van vandaag niet echt aanlokkelijk
meer uit. Terwijl hij fronsend naar de gekreukte lakens
staarde hoorde hij zijn computer het signaal geven dat er een bericht
voor hem was. Het was B'Elanna. De
verbinding was slecht, en toen de sneeuw op het beeldscherm wat weg
trok bleek hij terugverbonden te zijn met het lokale
communicatiecontrolecentrum. 'Uw verbinding is verbroken. Een moment
geduld alstublieft, we proberen-" De keurig geuniformeerde vrouw
op het scherm stopte abrupt en keek Tom met grote ogen aan. *** En nu, krap een dag na de handoplegging door
de Tisrondse wannabe-tovenares, was de magie alweer verdwenen. Toen
Faith de deur achter zich dicht had geslagen stapte Tom ook maar uit
bed, douchte, en ging op weg naar de ontbijtzaal, terwijl hij zich op
het ergste voorbereidde. Het was erger. Hij kwam Avon tegen, die zich
abrupt omdraaide. Scully dook weg achter een plant toen ze hem zag, en
zelfs Kaylee deinsde terug toen hij alleen maar hallo wilde zeggen. Van de wal in de sloot, bedacht Tom
teneergeslagen terwijl hij aan een tafeltje in een hoek ging zitten.
Hij pakte de menukaart en staarde ernaar zonder iets te lezen. Al met
al was hij bepaald niets opgeschoten met dat dagje aantrekkelijk zijn.
Eerst had niemand hem gezien, nu wilden ze hem niet meer zien. Hij
probeerde zich mentaal voor te bereiden op een paar eenzame weken toen
er opeens iemand op de stoel tegenover hem kwam zitten. En nog een
naast hem. Het waren de dames van de Organisatie. Ze glimlachten en
keken hem allebei met vertrouwde flirtlachjes aan. Ze wierpen hem allebei een stralende glimlach
toe. "Nee, maar in onze ogen was je natuurlijk altijd al heel erg
leuk." Tom voelde zich plotseling een heel stuk
beter. Misschien moest hij inderdaad maar eens verder praten met
B'Elanna. -Einde-
|
||