home

Terug naar fansmenu

 

 

 

 
Aantrekkingskracht 
door Andrea!
 
 

(Survivorfic, Paris/Faith, Paris/Organisatie, Paris/Liam, Paris/Inara/Kaylee, Paris/Mal, Paris/Organisatie/Starbuck/Apollo, Paris/Avon, Paris/Mulder/Scully)

 

"Godskleren!" riep Faith uit.
Tom werd abrupt wakker en staarde in een paar felle donkere ogen.
"Hoe dronken was ik gisteravond?" vroeg Faith zich luidkeels en met afgrijzen in haar stem af. "Wat bezielde me!"
Het duurde een paar seconden voor Tom zich herinnerde hoe hij met Faith in bed was beland.
Oh shit, dacht hij vervolgens. Dit was niet goed. Dit was helemaal niet goed.
"Je bedoelt dat je me niet meer aantrekkelijk vindt?" probeerde hij voorzichtig.
"Ik heb je nooit aantrekkelijk gevonden!" wierp Faith hem harteloos toe terwijl ze uit bed stapte. Hardop vloekend begon ze haar kleren bij elkaar te zoeken.

Tom liet zijn hoofd terugvallen op het kussen en staarde naar het plafond.
Shit. Oh shit. De magie was weg.


(Vierentwintig uur eerder)  

Toen hij het baantje gretig had aangenomen, had het nog een heel aardige tussendoorjob geleken, ‘assistent’ van De Organisatie van Survivor. Ruim twee maanden logeren in een luxe hotel op Risa, een paar keer heen en weer vliegen naar Tisrond, en verder wat kleine klusjes. Het leek bepaald geen slechte job voor een piloot zonder vaste baan, zonder geld en zo goed als zonder huwelijk, maar Tom begon zo langzamerhand toch te twijfelen of hij er wel goed aan had gedaan. NkSF Survivor 2004 was nog niet eens begonnen, en hij vloog voor de zeventiende keer naar die verdomde planeet.

"Zou je nog even voor ons naar de eilanden kunnen gaan?" had De Organisatie gevraagd, en zo ging het constant. "Check nog even dit, maak nog even een paar foto's van dat, praat nog even met de autoriteiten over dit, informeer bij de lokale bevolking over dat..." Tom begon er genoeg van te krijgen.

Van de stevige potjes heldenverering met De Organisatie waar hij op gehoopt had was ook bijster weinig terecht gekomen. De dames waren veel te druk met de kandidaten van 'dit' jaar, hadden gesprekjes bij het zwembad met Picard en Wesley Crusher, gingen uit eten met mensen die hij amper kende. Ze waren zelfs nog druk met mensen die in de nominatieronde al waren afgevallen, maar die lekker op kosten van De Organisatie nog wat op Risa bleven hangen. De dames waren druk-druk-druk en leken hem soms nauwelijks meer op te merken. Behalve als ze hem nodig hadden voor een klusje. Zoals nu. Of hij maar even wilde nagaan of de lokale eetgelegenheden op de Bovenhandse Eilanden zich in de regel wel hielden aan de transgalactische warenwet, zodat de deelnemers niet massaal voedselvergiftiging op konden lopen. Het zou hem eigenlijk een rotzorg zijn. Voor zijn part gingen alle achttien deelnemers nog de eerste dag aan de groene spuitpoep en eindigde Survivor 2004 voor het hele stel in een ziekenhuisbed op Risa.

Toen hij na drie uur vliegen Tisrond bereikte deed hij desondanks plichtsgetrouw een rondje langs wat relevante autoriteiten, bekeek rapporten van het Tisrondse Ministerie van Volksgezondheid en bracht een bezoekje aan een aantal eethuisjes, waar hij zijn tricorder quasi-achteloos over de uitgestalde eetwaren zwaaide. Prima in orde. De Organisatie kon weer met een gerust hart dromen over een vlekkeloos evenement en eeuwige roem.  

Het netjes klaren van het klusje stemde hem toch wel tevreden. Na het verlaten van het laatste restaurantje op zijn lijst, waar hij een bewezen bacterie- en virusvrije stamppot had weggewerkt,  besloot hij dan ook om nog wat te genieten van de milde middagzon die de omgeving van het stadje Stukkietrug in een geeloranje gloed zette. Een eindje wandelen door het naastgelegen bos bleek inderdaad een goed idee te zijn, want Tom werd bijna vrolijk terwijl hij het spoor van een kristalhelder beekje volgde, met onder hem de dit keer zacht wuivende handjes van het smapgras en boven hem de bedeesde blafjes van talloze wervelwindhondjes in de bomen.

Misschien zou het allemaal ook wel meevallen, bedacht Tom. Als over een paar dagen de weggestemde deelnemers weer een voor een binnen zouden druppelen op Risa werd de sfeer waarschijnlijk weer net zo als twee jaar geleden. Gezellig. En als de boel eenmaal liep, zou er een hoop stress verdwijnen bij De Organisatie, en allicht dat dan tenminste een van de dames weer tijd zou hebben voor een kop goeie tomatensoep op het terras. En wie weet had een van de deelnemers wel een echte baan voor hem, en zou hij zich over een paar maanden niet meer de mislukkeling voelen die hij op slechte dagen 's ochtends in de spiegel zag. Hij geloofde het niet echt, maar het voelde stukken beter aan dan alle hoop opgeven.   

Hij liep zo in gedachten verzonken dat het even duurde voor hij het hulpgeroep herkende voor wat het was. Hulpgeroep. Van een kind. Het klonk alsof het kind vreselijk in paniek was, dus Tom begon te rennen in de richting waar het geluid vandaan kwam. Al hijgend vloekte hij binnensmonds. Zijn conditie stelde helemaal niks meer voor. Gelukkig kwam het geroep, inmiddels overgegaan in gegil, alsmaar dichterbij. Tom rende er bijna voorbij voor hij zich realiseerde dat de noodkreten van boven hem kwamen.  

Het jongetje, een kleuter nog, zat vastgeklemd tussen de takken van een boom.
"Rustig maar, ik zal je helpen", zei Tom, en stak zijn arm uit. Onmiddelijk sloeg een tak tegen zijn hand. Twijgjes draaiden zich om zijn pols en met een ruk werd Tom naar voren getrokken. Een tweede tak sloeg tegen zijn rug en kromde zich om Toms borstkas heen. Happend naar adem tastte hij naar zijn phaser. Het kind krijste.
"Kalm maar", bracht Tom moeizaam uit. Het leek alsof de tak zijn longen verpletterde, en ergens vaag in zijn achterhoofd registreerde hij een misselijkmakend knakkend geluid toen een van zijn ribben brak.

Eindelijk sloot zijn vrije hand zich om de phaser, en hij vuurde terwijl het wapen nog vast zat in zijn riem. Hij bleef schieten, vlak voor zijn voeten in de stam van de boom. Het leek een eeuwigheid te duren, en vreemde gedachten schoten door zijn hoofd. Het was niet echt zijn leven dat aan hem voorbijtrok. Het waren flarden van herinneringen, gezichten van bekende mensen, en een mistige triestheid omdat er niemand leek te zijn die er kapot van zou zijn als hij hier en nu het leven liet. Helemaal het verkeerde ogenblik om dood te gaan, dacht hij verward. En die gedachte leek gek genoeg een geschikt mantra te bieden voor als je wel bijna dood ging. Zijn hoofd bonsde en in hetzelfde ritme bewogen zijn lippen geluidloos mee. *Nog niet doodgaan - vuren - nog niet doodgaan - vuren - nog niet doodgaan...*

Het werd zwart voor Toms ogen, maar opeens werd de greep om zijn borst minder. Hij was los en wankelde een paar stappen achteruit. Het gekraak boven hem deed hem in een reflex zijn armen uitsteken. Met het kind in zijn armen viel hij achterover. Hij kwam ongelukkig neer, op een van de knoestige stronken van de boom. Een vlammende pijnscheut trok vanuit zijn borst door zijn hele lichaam. Hij kreunde, en toen was er even helemaal niets meer.

"Waarlijk een held", sprak een oude vermoeide stem. Tom deed zijn ogen open en krabbelde overeind, de pijn in zijn borst verbijtend. Hij was omringd door een groepje haveloos uitziende Tisronders. Een ervan had het kind dat Tom gered had in haar armen. Een ander, een vrouw die eruit zag alsof ze minstens tweehonderd jaar oud was, grijnsde een afgebrokkeld gebit bloot en herhaalde: "Waarlijk een held. Je verdient een beloning."
De andere Tisronders gniffelden, en Tom vroeg zich af of hij zich weer eens van de wal in de sloot had gemanoeuvreerd.
"Moed of wijsheid heb je niet nodig. Je bent waarlijk moedig en wijs", sprak het vrouwtje ernstig, en nu knikte het gezelschap instemmend.
"Nou, dankuwel", mompelde Tom. Praten was nog net iets pijnlijker dan ademhalen.
"Maar bij Tisnix, wat ben jij lelijk! Daar moet iets aan gedaan!"
De Tisronders barstten in lachen uit. Tom grijnsde nerveus bij het idee van plastische chirurgie op de keukentafel van het oude vrouwtje. "Dat hoeft niet hoor. Ik ben niet ontevreden over mijn uiterlijk."
Het leverde hem een ongelovige blik op. "Wat je wilt. Maar je hebt toch een beloning verdiend."

Tom bedacht zich dat de tijd een paar jaar terugzetten een leuke beloning zou zijn. Terug naar toen hij nog redelijk gelukkig getrouwd was, toen de toekomst er nog een stuk zonniger uit had gezien. Hij zei echter niets, en de beslissing werd voor hem genomen.
"Ik zal maken dat iedereen je aantrekkelijk vindt, ondanks dat rare lijf en dat half kale hoofd."
Tom twijfelde of hij moest protesteren tegen de beledigingen, maar aantrekkelijk zijn voor iedereen was geen onprettig idee. Hij zweeg en knikte beleefd. De oude vrouw hief met een dramatisch gebaar haar magere armen op. Haar metgezellen grinnikten en schudden hun hoofden.
“Verwacht er maar niets van hoor”, merkte een van hen op.
“Zie het maar als iets symbolisch", voegde een ander toe. "Ze kan er weinig van, maar ze bedoelt het goed."
“Houd je klep”,zei de oude vrouw. Daarna mompelde ze iets onverstaanbaars en legde een knokige hand op Toms bezwete voorhoofd. De hand voelde koud aan, en er leek een tinteling door Toms huid te gaan.
“Als het meezit groeit je haar misschien terug”, giechelde een meisje, en de overige Tisronders schaterden het weer uit. De vrouw trok haar hand weg, en Tom voelde zich opeens een beetje misselijk. Hij sloot zijn ogen en ademde een paar keer diep in en uit.

Toen hij zijn ogen opende was hij weer alleen. Even vroeg hij zich af of hij het hele voorval niet gedroomd had, maar er was niets onwerkelijks aan de pijn in zijn lichaam.  Hij strompelde door het bos terug naar de plek waar hij de shuttle had achtergelaten. Hij dankte God en De Organisatie voor de uitgebreide medische faciliteiten aan boord, bestemd voor EHBO-gevallen tijdens Survivor. De gebroken rib was nauwelijks verschoven, dus Tom kon het bot zelf zetten. Ook de gekneusde ribben, de schrammen en bloeduitstortingen waren vlot genezen. Opgelucht dat hij het vreemde avontuur zonder blijvende kleerscheuren had overleefd, en met toch iets van nieuwsgierigheid hoe hij ontvangen zou worden op Risa begon Tom aan de terugreis.   

* * *   

Er leek niets veranderd. Terwijl hij door de hotellobby richting het kantoor van De Organisatie liep zag hij alleen Mulder naar hem grijnzen en Kaylee wierp hem een lieve lach toe. Dat was geen van beide opmerkelijk. Mulder grijnsde wel vaker naar hem, en Kaylee lachte altijd lief. Tom nam even de tijd om zo lief mogelijk terug te lachen. Het ontging hem dan ook volkomen dat het gesprek van een groepje deelnemers dat net het restaurant uit kwam slenteren, compleet stil viel toen Tom langs liep.  

Even later merkte Tom nog steeds niets bijzonders toen Dame 1 van De Organisatie afwezig glimlachend zijn rapport in ontvangst nam. Hij wilde haar kantoor al weer uitlopen toen ze hem terugriep en aandachtig aankeek.
“Wat dacht je van een kop tomatensoep in mijn suite?" vroeg ze.  

* * *   

Enigszins beduusd maar voldaan liep hij een uurtje later richting de lift. De Tisrondse betovering werkte dus blijkbaar wel. Niet alleen was de interesse van de dame van De Organisatie plotseling opgelaaid, maar de dame had, voorafgaand aan de tomatensoep, met enige dwang de man van de roomservice haar suite uit moeten dirigeren. Er droop zelfs wat kwijl uit de openhangende mond van de man terwijl hij bijna apathisch naar Tom had gestaard. Bovendien waren ze op weg naar de suite Liam Kincaid tegengekomen, die zich weliswaar beter had kunnen beheersen dan de hotelmedewerker, maar die wel een opmerkelijk zwoele blik in Toms richting had geworpen.  

Tom was niet eens erg verbaasd toen bleek dat Liam naast de lift op hem gewacht had. Na het uitwisselen van nog meer zwoele blikken trok Liam hem een verlaten gang in, en even later begreep Tom volkomen waarom men de majoor in nkSF ook wel 'Liam met de handjes' noemde.   

* * *   

Toen Tom een half uur later uit de lift wilde stappen op weg naar zijn eigen kamer, wilde Worf net instappen. Tom had genoeg ervaring met Klingons om de blik in Worfs ogen te herkennen, en hij besloot dat hij vandaag overal voor in was, maar niet voor nog meer botbreuken en kneuzingen. Hij knipoogde verleidelijk naar de verbijsterde Worf, gaf hem een duwtje en sloot de liftdeuren, om een verdieping lager uit te stappen. Daar liep hij Inara en Kaylee tegen het lijf, die elkaar even later bijna in de haren vlogen om Toms gunsten. Tom wist de boel diplomatiek te sussen, met een verhitte theeparty in Inara's kamer tot gevolg.

Na de thee ging Tom behoedzaam op weg naar zijn eigen kamer. Zijn nieuwverworven populariteit was op zich heel bevredigend, maar Tom was inmiddels toch wel erg moe geworden, en hij snakte naar een bad. Hij meed de lift, en rende pas de trappen op naar zijn verdieping toen hij er zeker van was dat er niemand in de buurt was.

Toen hij het trappenhuis uit wilde lopen zonk de moed hem even in zijn schoenen. Mal Reynolds ijsbeerde heen en weer voor de deur van Toms hotelkamer. Tom woog even wat voors en tegens af, en besloot toen dat hij Mal wel iets verplicht was na het rollebollen met de helft van de vrouwelijke leden van Mals bemanning.
'Hallo daar", begon Tom vriendelijk terwijl hij op de andere man afliep. Mal draaide zich om en sloeg Tom met een vuist in zijn gezicht. Te verbijsterd en te vermoeid om te reageren liet Tom zich vervolgens tegen zijn eigen kamerdeur rammen.
"Ching-wao tsao duh liou mahng!" beet Mal hem toe met een van woede vertrokken gezicht. Hij duwde Tom nog eens hardhandig tegen de deur en raasde verder: "Don't fuck met mijn crew, Paris! Je mag dan een lekker ding zijn, maar ik wil Kaylee met een helder hoofd in Survivor zien. Als ze over jou gaat lopen zwijmelen, wordt ze er binnen de kortste keren uitgestemd. Ik ben al blij dat Simon niet mee doet, want van al die toestanden komt alleen maar ellende en wat Inara betreft..." Mal duwde Tom met een plotselinge zucht van zich af. "...Inara hoort het gewoon niet gratis te doen."

"Het was niet mijn idee", zei Tom, terwijl hij voorzichtig aan zijn neus voelde en opgelucht constateerde dat het bot nog heel was. "Ze overvielen me een beetje. Van jou geleerd misschien." Hij zuchtte en haalde verontschuldigend zijn schouders op. "Ik wist niet dat je er een probleem mee zou hebben. Het spijt me."

'Okee. Excuses aanvaard." Mals woede leek gezakt. Tom herinnerde zich ergens in Mals betoog de term 'lekker ding' en probeerde een voorzichtige grijns. Hij gebaarde naar zijn kamerdeur. "Een borrel om het goed te maken? En vind je het goed als ik even een douche neem?"
Mal keek hem eens goed aan en grijnsde toen terug. "Wat dacht je van een borrel in bad?"  

***  

Tom was amper uitgerust van het borrelen en badderen met Mal toen zijn kamerdeur werd opengemaakt. Hij was niet echt verbaasd toen het de andere dame van De Organisatie bleek te zijn, met de hotelloper in haar hand en Starbuck en Apollo in haar kielzog. Ze lachte een beetje verontschuldigend. "Die twee hadden de loper gepikt en ik moest wel ingrijpen." Het werd een ingrijpende en gedenkwaardige middag.

Na een welverdiend dutje belde hij Roomservice voor een verlate avondmaaltijd. Tot Toms verbazing kwam Avon het brengen. Tom vroeg zich even af of hij wilde weten wat Avon met de hotelmedewerker had gedaan, maar dat wilde hij niet.
Uiterlijk doodkalm keek Avon toe hoe Tom zijn eten naar binnen werkte. Pas halverwege zijn pizza al tonno bedacht Tom dat Avon misschien ook honger had.
"Ja", antwoordde Avon op zijn vraag, "maar ik wacht wel tot je klaar bent met eten. Ongeduld is vaak levensgevaarlijk, en altijd onbeleefd."
Na de chocoladepudding bleek dat Avon inderdaad hongerig was, maar ook bijzonder beleefd.

Nadat Avon zich weer in zijn zwarte leer had gehesen en beleefd afscheid had genomen, schoof Tom voor alle zekerheid een stoel voor de deur van zijn kamer. Al die positieve aandacht was geweldig, maar zijn lichaam begon steeds meer te protesteren tegen het overmatige gebruik van bepaalde spieren. Toms persoonlijke medkit bood uitkomst, en na een grondige behandeling met de dermal regenarator voelde hij zich weer soepel genoeg voor meer actie.

De klop op de deur kwam dan ook precies op het goeie moment. Tom schoof verwachtingsvol de stoel weg, opende de deur en bleek gepromoveerd te zijn tot interessante X-file.
Uiteindelijk deden Mulder en Scully weinig moeite het mysterie van Toms populariteit op te lossen. Mulders mompelde nog iets over een ontvoeringstheorie, en dat bracht hen echter wel op boeiende ideeen. Pas na drie rondes 'Ontvoerder en gijzelaars met Stockholmsyndroom',  gingen de FBI-agenten tevreden terug naar hun eigen kamers.

Na een hoognodige douchebeurt twijfelde Tom of hij nog even de hotelbar zou bezoeken of dat hij misschien beter naar bed kon gaan. Hij was bepaald wel toe aan een paar uur slaap, maar zijn bed zag er na het vele gebruik van vandaag niet echt aanlokkelijk meer uit. Terwijl hij fronsend naar de gekreukte lakens staarde hoorde hij zijn computer het signaal geven dat er een bericht voor hem was. Het was B'Elanna. De verbinding was slecht, en toen de sneeuw op het beeldscherm wat weg trok bleek hij terugverbonden te zijn met het lokale communicatiecontrolecentrum. 'Uw verbinding is verbroken. Een moment geduld alstublieft, we proberen-" De keurig geuniformeerde vrouw op het scherm stopte abrupt en keek Tom met grote ogen aan.
"Ooow", zei ze, en bleef hem aanstaren.

Tom grinnikte. De betovering werkte zelfs op afstand. Misschien was dit wel het ogenblik om de relatie met B'Elanna te repareren.
De communicatiedame verdween en maakte plaats voor het gezicht van zijn ex-vrouw. "B'Elanna." Tom glimlachte, naar hij hoopte bijzonder charmant.
"Hallo Tom. Ik wilde even doorgeven dat Miral over drie weken moet afzwemmen voor haar diploma. Het zou wel fatsoenlijk zijn als je dan ook je gezicht liet zien." Ze keek hem koel afwachtend aan.
"Tuurlijk, graag," antwoordde Tom blij verrast. "Ik wil jullie ook graag weer eens zien."
"Okee, ik laat je nog weten waar en wanneer precies", reageerde B'Elanna, en hij realiseerde zich dat ze op het punt stond het gesprek te verbreken.
"Wacht even", zei Tom, en ging wat rechter voor het scherm zitten. "Hoe is het verder met jullie? Alles in orde?"
B'Elanna haalde haar schouders op. "Het kon beter."
"Ik mis je", flapte Tom eruit. B'Elanna snoof. "Ja. Okee. Misschien had je daar eerder aan moeten denken."
"Ja", beaamde Tom, en zweeg toen.

"Tom,..." B'Elanna zuchtte wat geirriteerd. "Tom, als je nou perse wilt, wil ik best een keer verder met je praten, maar als je niks zinnigs te zeggen hebt, heb ik nu wel weer even genoeg van je gezien. Okee?"
"Okee." Hij bleef nog even naar het nu zwarte scherm staren. Ondanks de vage belofte van B'Elanna voelde hij alle hoop op een hereniging verdwijnen. Als zelfs magie geen effect op haar had moest ze hem wel grondig verafschuwen. Die gedachte deed om de een of andere reden bijna lichamelijk pijn. Tom besloot om toch nog een borrel te gaan halen in de bar, waar hij waarschijnlijk wel weer iemand zou vinden die voor wat afleiding zou kunnen zorgen.

De bar zag hij die avond niet meer, want Faith greep hem beet toen hij zijn kamer uitstapte. Tot dusver had ze hem zo goed als genegeerd, maar nu brandde er een bijna angstaanjagend vuur in haar ogen terwijl ze siste. "Bed. Nu."   

***  

En nu, krap een dag na de handoplegging door de Tisrondse wannabe-tovenares, was de magie alweer verdwenen. Toen Faith de deur achter zich dicht had geslagen stapte Tom ook maar uit bed, douchte, en ging op weg naar de ontbijtzaal, terwijl hij zich op het ergste voorbereidde.  

Het was erger. Hij kwam Avon tegen, die zich abrupt omdraaide. Scully dook weg achter een plant toen ze hem zag, en zelfs Kaylee deinsde terug toen hij alleen maar hallo wilde zeggen.  

Van de wal in de sloot, bedacht Tom teneergeslagen terwijl hij aan een tafeltje in een hoek ging zitten. Hij pakte de menukaart en staarde ernaar zonder iets te lezen. Al met al was hij bepaald niets opgeschoten met dat dagje aantrekkelijk zijn. Eerst had niemand hem gezien, nu wilden ze hem niet meer zien. Hij probeerde zich mentaal voor te bereiden op een paar eenzame weken toen er opeens iemand op de stoel tegenover hem kwam zitten. En nog een naast hem. Het waren de dames van de Organisatie. Ze glimlachten en keken hem allebei met vertrouwde flirtlachjes aan. 
"Het is weer weg he?" vroeg de ene dame.
“Wat?" Tom begreep er nu niets meer van.
De andere dame trok opgewekt de menukaart uit zijn handen. "Wat het ook was waardoor iedereen opeens als een blok voor je viel. Had je het op Tisrond opgelopen?"
Hij knikte.
"Hm, interessant." De ene dame lachte. "Kan leuk worden als een van de deelnemers het ook krijgt. Wij merkten zelf eigenlijk nauwelijks verschil met hoe je normaal bent, maar op sommige mensen had het een enorm effect he?"
Ze pakte op haar beurt de menukaart uit de handen van de andere dame, en ze leken het onderwerp als gedaan te beschouwen, maar hij greep ze beiden bij een arm. "Jullie zagen bijna geen verschil?"
 

Ze wierpen hem allebei een stralende glimlach toe. "Nee, maar in onze ogen was je natuurlijk altijd al heel erg leuk." 

Tom voelde zich plotseling een heel stuk beter. Misschien moest hij inderdaad maar eens verder praten met B'Elanna.

-Einde-




(c) Andrea!, 2004